Vader en zoon geven bijzonder inkijkje in aanleg Houtribdijk

Nieuwsbericht

Vader en zoon geven bijzonder inkijkje in aanleg Houtribdijk

Gepubliceerd op: 13 maart 2018- Laatste update: 13 maart 2018 11:25 uur

Dankzij Edzo Ebbens (74) krijgen we 60 jaar na dato ineens een wel heel bijzonder inkijkje in de aanleg van de Houtribdijk tussen Lelystad en Enkhuizen. Edzo werkte als toezichthouder bij de bouw van het eerste dijkvak van 5 km vanaf Lelystad en legde het werk uitgebreid vast met zijn camera. Maar het fotoalbum verdween naar zolder en zag lange tijd geen daglicht. Tot zoon Eltjo via zijn werk als ingenieur in contact kwam met Rijkswaterstaat.

De passie voor dijken zit vader en zoon Ebbens onmiskenbaar in het bloed. ‘Als kind werd ik om de haverklap de auto uit gesleurd om naar een dijk te kijken’, vertelt zoon Eltjo. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij later zelf in de dijkenwereld terecht kwam. ‘Vanuit het ingenieursbureau waar ik werkte, bereidde ik de aanbieding voor om het projectteam van de Houtribdijk te ondersteunen bij de voorbereiding van de dijkversterking. Toen ik dat aan mijn vader vertelde, begonnen zijn ogen te twinkelen. Hij verdween naar boven en kwam terug met dit fotoalbum. Vol fantastische foto’s die waarschijnlijk nog niemand bij Rijkswaterstaat had gezien.’

©Foto's door Edzo Ebbens

Waken als student

Vader Edzo werkte in 1964 mee aan de aanleg van de Houtribdijk. Hij kwam er van de middelbare school en na militaire dienstplicht terecht via zijn oom, die bij de Rijksdienst voor IJsselmeerpolders werkte. ‘Een hartstikke leuke ervaring. Ik was waker, de laagste rang in toezichthouders. Ik mat bijvoorbeeld of de temperatuur van het asfalt goed was, of niet werd afgeweken van afgesproken maatvoeringen en of de wals niet te vroeg of te laat op het asfalt werd gezet.’

Werklui uit alle windstreken

Tijdens zijn eerste baantje keek Edzo zijn ogen uit. Naar de interessante bouwtechnieken, maar ook zeker naar zijn collega’s. ‘Er was een ploeg rijswerkers en steenstorters uit Werkendam, die sliep in de werkweek op schepen. En een groep mannen uit Drenthe als asfaltploeg. Die mochten op zaterdagochtend naar huis met de bus van de aannemer Reef en namen dan onderweg voor thuiskomst nog snel een brandewijn met suiker. Het was nog zwaar lichamelijk werk, in regen en wind of boven het warme asfalt. Maar binnen de groep was er een sterke onderlinge band en solidariteit. Het personeel van de dienst Zuiderzeewerken verbleef gedurende de werkweek in Lelystad in houten barakken. Vanuit de streng-christelijke Veluwe kwam er ’s avonds vaak een dominee met een ouderling om te kijken of het allemaal wel goed ging in Lelystad. De mensen uit Urk lieten hen overigens niet binnen, omdat ze het naar de kerk gaan en bidden op zondag wel voldoende vonden.’

©Foto's door Edzo Ebbens

Asfalt voor de waterbouw

Het gebruik van asfalt als bekleding bij dijken was vrij nieuw begin jaren 60. Tot die tijd werd vooral gebruikgemaakt van een kleilaag met daarop bakstenen en puin en daarop basaltzuilen of betonblokken. ‘Maar bij het dijkherstel na de ramp van 1953 bleek asfalt een goed, en ook vanwege gebrek aan voldoende klei, een noodzakelijk alternatief. Met kennis vanuit de wegenbouw en met behulp van het Shell-laboratorium is asfalt voor de waterbouw ontwikkeld. De ene kant van de dijk werd met grindbetonasfalt gemaakt, de andere, zuidkant met zandasfalt. Er werd zandasfalt gebruikt, omdat men dacht dat het zuidelijk deel van het IJsselmeer ingepolderd zou worden en het zandasfalt maar beperkte tijd zou hoeven te functioneren.’ Pas in 2003 is definitief besloten deze Markerwaard niet aan te leggen.

Bewaren voor later

Op dit moment worden de foto’s en bijschriften gedocumenteerd. Vervolgens geeft Rijkswaterstaat ze een welverdiende plek in onder andere het beeldarchief van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Iedereen kan de foto’s dan kosteloos downloaden.