Marktpartijen over de Asfalt-Impuls - deel 1: Jan de Boer van KWS

Nieuwsbericht

Marktpartijen over de Asfalt-Impuls - deel 1: Jan de Boer van KWS

Gepubliceerd op: 15 januari 2018- Laatste update: 15 januari 2018 12:00 uur

Afgelopen jaar heeft Rijkswaterstaat samen met de markt het Plan van Aanpak ‘Asfalt-Impuls. Voorbereid de toekomst in!’ opgesteld. In het magazine Rijkswaterstaat & Innovatie vertelt Mathijs van Stralen, hoofd van de afdeling wegen en geotechniek, waarom Rijkswaterstaat deelneemt aan de Impuls. Maar hoe kijken de betrokken marktpartijen aan tegen het initiatief? In dit eerste deel van een tweeluik Jan de Boer, directeur van KWS.

Jan de Boer is directeur van KWS en voorzitter van de Vakgroep Bitumineuze Werken. Als lid van de stuurgroep van de Asfalt-Impuls vertegenwoordigt hij onder meer de brancheorganisatie Bouwend Nederland.

Welke rol ziet u voor het bedrijfsleven en specifiek KWS om tot duurzamer asfalt te komen?

‘Als bedrijf ben je verplicht te vernieuwen en te verbeteren, je kunt het je niet veroorloven om achterover te leunen. Dat geldt ook voor de asfaltsector. Hoe kan het slimmer en beter? Dat is de crux. Zodat asfalt langer op de weg ligt, met minder CO2-emissie. En waarbij de fossiele brandstoffen een minder grote aanslag plegen op het milieu. Daar moet iedereen in de maatschappij aan bijdragen. We zijn ook verantwoordelijk voor de generaties na ons.’

Waar zit de crux om te komen tot een doorbraak in het gebruik en de productie van asfalt?

‘Dat zit om te beginnen in een langere levensduur. Als asfalt 2 keer zo lang meegaat, dan is het per definitie duurzamer, want je hoeft het oude asfalt niet op te ruimen en je hebt minder productiekosten om nieuw asfalt aan te leggen. Daarnaast moeten we het gebruik van natuurlijke grondstoffen terug zien te dringen, evenals het energieverbruik bij het aanleggen van asfalt. Ook moeten we asfalt (meer) gaan hergebruiken. Dat doen we al best wel lang, al sinds de jaren 70, 80 van de vorige eeuw. Bij hergebruik is er wel de zorg om de kwaliteit op orde te houden. Als asfalt 20 jaar ligt, dan kun je je voorstellen dat het asfalt niet meer dezelfde kwaliteiten heeft.'

'Op al deze punten is nog veel ‘winst’ te behalen. Recycling is de belangrijkste component om tot duurzaamheid te komen. In Rotterdam, Capelle aan de IJssel, heeft KWS momenteel een pilot met een deklaag van 100% hergebruikt asfalt. Dit is een doorbraak, voor het eerst een deklaag van volledig gerecycled asfalt én voor gemotoriseerd verkeer. Het is essentieel voor de verduurzaming van onze wegen om dit soort pilots te doen. In samenwerking met een opdrachtgever, in dit geval Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard, die openstaat voor innovatie. Dat is iets wat we gelukkig steeds meer zien: opdrachtgevers die duurzame initiatieven waarderen in een aanbesteding naast prijs.’

Op welke manier levert de Asfalt-Impuls daar een bijdrage aan?

‘Alle opdrachtgevers van asfaltwegen zijn aangesloten bij de Asfalt-Impuls. Voor de rijkswegen is dat de rijksoverheid, voor de provinciewegen zijn dat de provincies en voor de gemeentewegen de gemeenten. Daarnaast zijn alle marktpartijen aangesloten. Vanuit de brancheorganisatie Bouwend Nederland vertegenwoordig ik bijvoorbeeld 15 tot 20 marktpartijen. Ook de kennis- en opleidingsinstituten zijn aangesloten. Het mooie aan de Asfalt-Impuls is dat je gezamenlijke thema’s kunt bespreken. Als er nieuwe technieken en methoden zijn, kom je met een individuele opdrachtgever niet heel ver. Door samen te werken kun je grotere slagen maken. Omgekeerd geldt hetzelfde: Rijkswaterstaat trekt bij voorkeur met de hele markt gezamenlijk op.’

Is imagoverbetering ook een doel van de Asfalt-Impuls?

‘Bij asfalt denken mensen toch aan hitte, regen, dampen. Dat is helemaal niet zo; het wegennet van Nederland behoort wereldwijd tot de top wat betreft kwaliteit en veiligheid. Onze wegen worden als goed en comfortabel ervaren, en dat in een dichtbevolkt land als het onze. Er zijn natuurlijk nieuwe mensen nodig die in de wegenbouw willen werken. Niet alleen ‘buiten’, maar ook ‘binnen’ zoeken we volop innovatieve, vernieuwende krachten die ons helpen de sector te verduurzamen. Een beter imago, zodat dat de wegenbouw een aantrekkelijker beroep wordt om in te werken, zou daarbij helpen. Verder moeten we ons blijven ontwikkelen. Bijvoorbeeld als het gaat om levensduurverlenging van stil asfalt. We hebben heel goed stil, poreus asfalt. Dat heeft goede eigenschappen voor de omgeving. Maar door de aard en constructie van het materiaal gaat het minder lang mee. Stil asfalt dat minder snel rafelt zou, bijvoorbeeld voor steden, een mooie ontwikkeling zijn. Of asfalt dat minder weerstand geeft voor autobanden, zodat het brandstofverbruik omlaag gaat. Daar zetten alle marktpartijen nu individueel stappen in. Hoe mooi zou het zijn als dat in een stroomversnelling komt door samen op te trekken?’

Welke andere zaken zijn voor u belangrijk als het gaat om de Asfalt-Impuls?

‘Wat voor ons ook heel belangrijk is, is te komen tot een goede standaard; hoe waarderen we nu goed asfalt? Er moet een soort raamwerk komen, zodat je daadwerkelijk kunt aantonen: deze innovatie is inderdaad duurzamer. Dat zou op den duur een keurmerk kunnen zijn. Maar ik denk nu vooral aan een rekenmodel waarmee je milieuwinst eenduidig kunt beoordelen. In Bouwend Nederland hebben we daar al energie in gestopt. De Asfalt-Impuls is een mooi initiatief/platform om dat verder te ontwikkelen.’

Meer informatie over Asfalt-Impuls

Onderliggende pagina's