[Interview Watersnoodramp] Verrast door het water

Nieuwsbericht

[Interview Watersnoodramp] Verrast door het water

Gepubliceerd op: 30 januari 2018- Laatste update: 30 januari 2018 14:13 uur

Water dat via de brievenbus naar binnen stroomt, ijzige kou, gegil van mensen en heel veel water. Piet van den Ouden (83) krijgt er nog altijd koude rillingen van. 65 jaar geleden trof de watersnoodramp ons land. Maar Piet weet nog als de dag van gisteren hoe het water Oude-Tonge verzwolg.

Samen met vrienden gaat Piet, toen 18 jaar, de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 in Middelharnis een borreltje drinken. ‘Een maat reed ons met de auto. Met de fiets waaide je zo de dijk af. Het was heel slecht weer.’

Net na middernacht komt hij thuis en vertrekt naar bed. ‘Maar ik hoorde beneden wat klapperen en ging kijken.’ Beneden ziet hij het water door de brievenbus naar binnen stromen. Piet kijkt uit het raam. ‘Foute boel. Ik zag alleen maar heel veel donker water.’

Vliegensvlug wekt hij zijn ouders en maakt zijn zwager met pasgeboren baby, broer en zus, wakker. Terwijl het water het huis binnenstroomt, vlucht iedereen naar zolder. ‘De commode met kleertjes voor de baby en een kistje met 3000 gulden en belangrijke documenten legden we op tafel. Dan bleef het droog, dachten we. Ook de kunstgebitten van mijn ouders kon ik nog redden.’

Piet wijst op de foto aan waar hij woonde. Het dorp stond onder water nadat de dijken doorbraken. Het mes op tafel gebruikte hij om daken open te maken.

Compleet verrast

Het water verraste Piet en zijn dorpsgenoten, ondanks dat de dijken in slechte staat waren. ‘We hoorden altijd: zo’n vaart loopt het niet.’ Maar de dijken konden de lange en zware noordwesterstorm en springtij niet aan en braken.

Uit het dakraam ziet Piet hoe het water huizen compleet wegvaagt. Ook het huis van zijn oudste broer ziet hij instorten. ‘Ik moest mijn ouders vertellen dat we hem en zijn vrouw waren kwijtgeraakt. Het was de eerste keer dat ik mijn vader zag huilen. Dat raakt je. Nu nog steeds.’

Zijn overlevingsdrang en het gegil van buurtgenoten dwingen Piet het dak op. ‘Overbuurjongens die aan de dakgoot hingen, heb ik naar binnen gehaald.’ Met een mes maakt hij gaten in de daken van buren om hen uit de huizen te halen en in veiligheid te kunnen brengen. Het water stond tot de zolder. Het was ijskoud.

Het water richtte een ravage aan.

80 mensen in veiligheid

Piet neemt de overlevenden mee naar huizen in de straat achter hen, die nog overeind stonden. Ze gebruiken voor deze tocht alles wat er in het water ligt: huisraad, dode dieren, balen hooi, wrakstukken. Piet brengt, hij wil het zelf geen redden noemen, zo’n 80 mensen in veiligheid. Maar hij kan niet alles en iedereen redden. ‘Ik zag een paard in het water liggen, met zijn hoofd tussen het puin. Hij keek me aan met zijn grote ogen. Ik kon niks voor hem doen. Ik krijg er nog rillingen van.’

Een wonder

Na ruim een dag worden de overlevenden met bootjes naar de dorpskern gebracht en van daaruit verder naar opvangadressen. In het gemeentehuis in Oude-Tonge krijgen ze bonnen om kleding en schoenen op te halen.

Er voltrok zich daar een wonder. ‘Op weg naar de kledingwinkel, zag ik mijn broer lopen. Hij leefde nog!’ Zijn broer en schoonzus hebben zich uren vastgeklampt aan het dak van een loods.

Terug om te helpen

Als na enkele weken het water is gezakt en de dijken hersteld en verzwaard kunnen worden, is Piet weer terug in zijn dorp. Om te helpen met het opruimen. Zijn huis staat nog overeind en hij vindt het geldkistje terug. Met dat geld kan het gezin weer gaan opbouwen. Veel gezinnen kunnen dat niet. ‘Oude-Tonge telde 3000 zielen. 315 zijn er verdronken. Meer dan een tiende.’
315 inwoners van Oude-Tonge kwamen om het leven.

Watersnoodramp nooit vergeten

Piet vergeet de Watersnoodramp nooit meer. Hij heeft het een plekje kunnen geven. De jaarlijkse herdenkingen helpen daarbij. Jaren voelde hij bij elke storm opnieuw de angst en kou. En de boosheid. ‘We waren boos dat er eerst iets verschrikkelijks moest gebeuren voordat de dijken verzwaard werden. Zo gaat het vaak. Achteraf is altijd makkelijk praten.’

Het gevoel van angst slijt. ‘Als er nu een storm is, ga ik bij wijze van spreken kijken. De dijken zijn goed. Er is veel aandacht voor en dat is heel goed. De Deltawerken zijn er gekomen en dat is fantastisch. Maar je weet het nooit. Het kan weer gebeuren. Ook nu.'

Onderliggende pagina's