Heesseltsche Uiterwaarden: dynamische riviernatuur en begrazingsbeheer

Nieuwsbericht

Heesseltsche Uiterwaarden: dynamische riviernatuur en begrazingsbeheer

Gepubliceerd op: 26 oktober 2017- Laatste update: 26 oktober 2017 11:51 uur

De inrichting van het projectgebied krijgt langzamerhand haar definitieve vorm. In dit artikel gaat Staatsbosbeheer uitgebreid in op het toekomstige natuurbeheer.

Dynamische riviernatuur

Het groene gedeelte op het kaartje hierboven is de zone van de dynamische riviernatuur. Deze zone heeft 2 hoofdfuncties: enerzijds zorgen voor de afvoer van water tijdens hoge waterstanden op de rivier. Daarnaast ruimte bieden voor natuurontwikkeling die past bij de dynamiek van de Waal. Deze dynamiek bestaat vooral uit een afwisseling van hoog- en laagwater. Bij zo’n dynamische riviernatuur past een natuurlijke manier van beheer. In tegenstelling tot de rode delen op het kaartje wordt in het groene gedeelte zo min mogelijk ingegrepen met onnatuurlijke handelingen, zoals het maaien van de bodem of het plaatsen van veerasters. Uit ervaring die is opgedaan in andere uiterwaarden blijkt dat begrazing met runderen en paarden in sociale kuddes, gedurende het hele jaar, de beste resultaten laat zien.

Wat zijn dan die gewenste resultaten?

Het water moet tijdens perioden van hoog water gemakkelijk door kunnen stromen. Te hoge vegetatie, zoals struiken en bomen, of hele ruige begroeiing kunnen die doorstroming belemmeren. Het is dus belangrijk dat er niet te veel begroeiing ontstaat. Van tevoren wordt bepaald waar wel of geen bomen, struiken of ruige begroeiing is toegestaan. Actieve begrazing door runderen en paarden voorkomt dat het gebied dicht groeit.

Een ander gewenst resultaat is zoveel mogelijk variatie in de natuur. Dat wordt het beste bereikt als er veel afwisseling is tussen hoge en lage begroeiing, nat en droog, voedselrijk en voedselarm, et cetera. Deze overgangen worden gradiënten genoemd. Hoe meer gradiënten er zijn, hoe meer verschillende planten er groeien. Want iedere plantensoort heeft z’n eigen voorkeur voor een groeiplaats. Daarnaast zorgt een grote(re) variatie in plantensoorten ook voor meer variatie in aanwezige diersoorten, zowel groot als klein. Want elk insect, vogel of zoogdier heeft andere vereisten voor het vinden van voedsel en het maken van een schuil- of nestgelegenheid.

Natuurlijke begrazing

Begrazing met grote grazers, zoals runderen en paarden, vergroot de natuurlijke variatie. Deze dieren trekken het hele jaar door rond in het natuurgebied. Ze beslissen zelf waar ze eten en waar ze rusten. Hierdoor ontstaat variatie in lange en korte vegetatie. De uitwerpselen van de dieren zorgen pleksgewijs voor voedselrijkdom. Op deze manier komen er al meer gradiënten dan wanneer bijvoorbeeld gemaaid zou worden. De combinatie van paarden en runderen zorgt daarbij voor nog meer variatie. Deze dieren leven en grazen namelijk allebei op een andere manier. Een eenvoudig voorbeeld: Paarden maken het gras heel kort, omdat ze met hun tanden bijten. Koeien slaan hun tong om het gras, waardoor het gras net wat langer blijft. 

Voor succesvol riviernatuurbeheer zijn begrazing van het gebied gedurende het hele jaar en het laten begrazen van het gebied door runderen en paarden die leven in ‘sociale kuddes’ belangrijk. Dit zijn 2 heel belangrijke criteria om qua natuurbeheer de beste resultaten te bereiken. 

Begrazing gedurende het hele jaar blijkt namelijk de beste manier om de vegetatie onder controle te krijgen, met als doel een goede doorstroming van het rivierwater. Ruige vegetatie bestaat naast gras ook bestaat uit veel andere planten. Dit wordt in het groeiseizoen -dat loopt van ongeveer april tot oktober- weinig gegeten door runderen en paarden. Ze eten dan veel liever het malse, sappige gras. Ook kleine boompjes, zoals wilgen, worden dan minder snel gekozen. Maar na oktober is het sappige gras op. En dan eten ze heel graag die hoge ruige vegetatie en jonge wilgen. Ook gaan de grazers ‘snoeien’: ze eten van de grote wilgen en voorkomen op die manier dat het bos in oppervlakte toeneemt. 

Met sociale kuddes kan meer bereikt worden in de variatie van het natuurgebied. In een sociale kudde leven jonge en oude, mannelijke en vrouwelijke dieren bij elkaar én in familieverband. Er zijn tal van voorbeelden te noemen waarom de aanwezigheid van sociale kuddes in natuurgebieden voordelen oplevert. Eén van de voordelen is dat de dieren het gebied goed leren kennen. De oude dieren wijzen daarbij de jonge dieren de weg naar het juiste voedsel op het juiste moment. Bij onraad weten de grazers waar ze naar toe kunnen en dit zorgt ook voor veiligheid voor de wandelaars in het natuurgebied. Bij de sociale structuren hoort ook de afsplitsing van kleine(re) groepjes dieren. Zo wordt het héle gebied gebruikt om te begrazen.

Welke dieren zijn geschikt?

Welke dieren uiteindelijk in de Heesseltsche Uiterwaarden komen lopen en door wie de kuddes geleverd worden, is nog niet bekend. In het beheerplan voor de Heesseltsche Uiterwaarden dat onder andere Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer opgesteld hebben, is beschreven dat een natuurlijk begrazingsbeheer met runderen en paarden het meest optimaal is. In het inrichtingsplan is met deze beheer-maatregel rekening gehouden door bijvoorbeeld een hoogwatervluchtplaats aan te leggen, waar de kuddes tijdens hoogwater veilig zijn.

De runderen en paarden die we kennen als ‘boerderij- of manegedieren’ zijn niet geschikt voor natuurlijke begrazing in dit riviernatuurgebied. Deze dieren zijn te veel gedomesticeerd, wat wil zeggen dat hun natuurlijk gedrag voor een groot deel is verdwenen. Geschikte runderen voor natuurlijke begrazing zijn bijvoorbeeld Schotse Hooglanders of Rode Geuzen. Geschikte paarden zijn voornamelijk Konikpaarden. Als deze rassen in een sociale structuur leven, vertonen deze dieren hun natuurlijk gedrag. Ze zijn met elkaar bezig en zijn daardoor niet op het publiek gericht. Het is dus belangrijk dat de dieren niet te tam zijn, of worden. Ook moeten ze kunnen leven op sober voedsel en in verschillende weersomstandigheden. Tot slot is het erg belangrijk dat ze zelfstandig een jong ter wereld kunnen brengen. 

Het is onmogelijk om het riviernatuurgebied te beheren zonder de invloed of bemoeienis van mensen. De beheerders van het gebied beoordelen regelmatig hoe het gaat met de begroeiing (is het kaal genoeg of juist niet?) en beslissen dan of er eventueel extra dieren bij moeten. Daarnaast houden ze de conditie van de dieren in de gaten en laten ze daarbij niet over aan de grillen van de natuur.

Zelf zien?

Niet alleen in het rivierengebied, maar ook daarbuiten zijn er meerdere natuurgebieden waar Staatsbosbeheer op deze manier het begrazingsbeheer uitvoert. Het boswachtersteam van Staatsbosbeheer dat de Heesseltsche Uiterwaarden gaat beheren, is ook verantwoordelijk voor het Munnikenland bij Slot Loevestein. Daar wordt al veel langer met natuurlijke begrazing gewerkt. Tijdens de struintochten die Staatsbosbeheer regelmatig organiseert, kunt u onder begeleiding van een gids en kijkje nemen en zo meer te weten komen over deze natuurlijke begrazing en de natuur langs de rivier. 

Kijk op de website van Staatsbosbeheer voor een overzicht van de struintochten. Via deze website kunt u ook in contact komen met de boswachters en uw vragen aan hun stellen. Tijdens de publieksmiddag in de Heesseltsche Uiterwaarden op zaterdag 28 oktober 2017 is boswachter Dianne Renders van Staatsbosbeheer aanwezig. Bij haar kunt u terecht voor vragen over het toekomstig natuurbeheer van de Heesseltsche Uiterwaarden.

Onderliggende pagina's