Aantal waterbeestjes op rivierhout in Maas opnieuw bemonsterd

Nieuwsbericht

Aantal waterbeestjes op rivierhout in Maas opnieuw bemonsterd

Gepubliceerd op: 22 mei 2017- Laatste update: 22 mei 2017 13:52 uur

In 2006 vielen langs de Maas door harde wind op 6 plekken (baken)bomen om. Deze werden stevig met kettingen verankerd in de oeverzone van de rivier gelegd bij verschillende typen oevers. Doel: onderzoeken hoe het waterleven zich op dit dode hout ontwikkelt.

Verankerde boom rond de 2e bemonstering in 2016

Rivierhoutexpert Alexander Klink voerde in 2011 in opdracht van Rijkswaterstaat een eerste bemonstering van de bomen uit. Hij trof toen een aanzienlijke hoeveelheid algen aan, evenals insecten- en garnalenlarven en andere kleine waterbeestjes (‘macrofauna’ genoemd). In 2016 is dit onderzoek herhaald, waarbij een vergelijking is gemaakt met de situatie in 2011.

Voorzichtig positief

Daaruit blijkt dat er in 2016 meer van de gewenste soorten zijn aangetroffen. Dit positieve resultaat werkt echter nog niet direct door in de formele score voor de ecologische waterkwaliteit. Dat komt enerzijds doordat het nog om (te) kleine aantallen gaat om echt gewicht in de schaal te leggen. Anderzijds tellen bepaalde aangetroffen organismen niet mee in de officiële maatlat, terwijl deze volgens Klink net zo goed een teken zijn dat het de goede kant uitgaat. Hij is dan ook van mening dat deze categorie daar eveneens in meegenomen zou moeten worden. Voorbeelden hiervan zijn bepaalde dansmuglarven, die eeuwen geleden vrij algemeen voorkwamen in de Maas, maar daar al langere tijd niet of nauwelijks meer zijn waargenomen door het ontbreken van dode bomen. Deze larven waren bij de metingen in 2016 echter weer op verschillende proeflocaties aanwezig.

Verankerde boom rond de 1e bemonstering in 2011.

Geduld

Verder stelt Klink vast dat de Maas vanwege het gestuwde karakter weinig dynamiek kent en rivierhout daardoor minder snel wordt overgenomen door de natuur dan dode bomen in bijvoorbeeld de IJssel of de Waal. Dat zijn rivieren zonder stuwen, met een veel grotere afwisseling in waterpeil en stroomsnelheid dan de Maas. Het koloniseren van rivierhout in de Maas vraagt dan ook een wat langere adem.

Bomen vooral onder water neerleggen

Positief is Klink ook over het ontstenen van de Maasoevers, wat de afgelopen jaren op vele plekken in opdracht van Rijkswaterstaat is gebeurd om het leefgebied van planten, vissen en ander waterleven te herstellen. Wel adviseert hij dit te combineren met dood hout om zo weer vaste ondergrond voor macrofauna terug te brengen. Juist bij die combinatie treedt ecologische winst op en neemt de biodiversiteit toe. Daarbij ligt idealiter zoveel mogelijk van het hout onder water; boomdelen die boven water uitsteken zijn door blootstelling aan de lucht na een aantal jaren grotendeels verdwenen. Onder water zagen de takken er 10 jaar na dato nog goed uit, dicht begroeid met algen, waar de op de bomen levende organismen zich mee kunnen voeden.

Onderliggende pagina's