Tracéwet

In de Nederlandse wetgeving ligt vast wat er allemaal moet gebeuren voordat er een weg wordt aangelegd of verbreed. Daarom kan Rijkswaterstaat pas in actie komen als de Tracéwetprocedure, zoals deze officieel heet, doorlopen is.

  • De Tracéwetprocedure kent 2 procedures:

    • een uitgebreide procedure voor de aanleg van nieuwe hoofdwegen, of een wijziging van een bestaande hoofdweg waardoor de weg met meer dan 2 rijstroken wordt verbreed
    • een reguliere procedure voor aanpassingen van bestaande hoofdwegen


    Bij de uitgebreide Tracéwetprocedure is op 3 momenten inspraak mogelijk: bij de ontwerpstructuurvisie, het ontwerptracébesluit en het tracébesluit. Bij de reguliere Tracéwetprocedure kan alleen gereageerd worden op het ontwerptracébesluit en het tracébesluit.

    Stap 1: Startbeslissing

    We onderzoeken in de startbeslissing of er sprake is van een mogelijk bestaand of toekomstig probleem op –of door het ontbreken van – een hoofdweg.


    In de startbeslissing wordt ingegaan op:

    • het gebied waar de verkenning betrekking op heeft
    • het te verkennen probleem en de ruimtelijk relevante ontwikkelingen in het gebied
    • de wijze waarop het publiek, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen worden betrokken
    • de termijn waarbinnen de verkenning wordt uitgevoerd


    In de startbeslissing wordt ook aangegeven of er een structuurvisie wordt opgesteld in de verkenningsfase. Er wordt in ieder geval een structuurvisie opgesteld als het voornemen bestaat om het geconstateerde probleem op te lossen door:

    • de aanleg van een hoofdweg
    • of een wijziging van een bestaande hoofdweg waardoor de weg met meer dan 2 rijstroken wordt verbreed.


    Van de inhoud van de startbeslissing wordt kennisgegeven in de Staatscourant. Daarnaast wordt de startbeslissing verzonden aan de Tweede Kamer en de betrokken bestuursorganen.

    naar boven
  • Stap 2: Verkenning

    De verkenning is er om zorgvuldig te kunnen beslissen hoe het probleem kan worden opgelost. In deze fase wordt informatie verzameld over het gebied, de aard van het probleem, relevante ruimtelijke ontwikkelingen en mogelijke oplossingen. Bij de verkenning worden het publiek, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen betrokken via bijvoorbeeld informatiebijeenkomsten.

    naar boven
  • Stap 3: Voorkeursbeslissing

    De resultaten van de verkenning, inclusief de manier waarop onder andere het publiek is betrokken, krijgen een plek in de structuurvisie. Ook wordt ingegaan op de voorkeur van de minister van Infrastructuur en Milieu voor de oplossing van het probleem. Dit heet de voorkeursbeslissing. Bij het nemen van de voorkeursbeslissing wordt rekening gehouden met alle informatie die tijdens de verkenning is verzameld.


    De ontwerpstructuurvisie is minimaal 6 weken in te zien op de website van het Centrum Publieksparticipatie, in gemeentehuizen en bibliotheken om het publiek de kans te geven hierop te reageren. Tegelijkertijd is het mogelijk om het milieueffectrapport in te zien. Hierin zijn de verwachtte milieugevolgen opgenomen van de verschillende oplossingsrichtingen die in de structuurvisie zijn genoemd. Daarnaast kijkt de Commissie m.e.r. of de milieu-informatie in het milieueffectrapport wel volledig en juist is. De commissie brengt hierover advies uit.

    In de reguliere procedure wordt geen structuurvisie en bijbehorend milieueffectrapport opgesteld. De resultaten van de verkenning inclusief de voorkeursbeslissing krijgen dan een plek in de toelichting bij het ontwerptracébesluit. Er kan gereageerd worden op de uitkomst van de verkenning nadat het ontwerptracébesluit is genomen.

    naar boven
  • Stap 4: Ontwerptracébesluit

    De voorkeursbeslissing wordt verder uitgewerkt in het ontwerptracébesluit. Afhankelijk van ondermeer de omvang van het project wordt er ook een milieueffectrapport opgesteld. Betrokkenen kunnen op beide documenten schriftelijk of mondeling reageren. De documenten zijn minimaal 6 weken in te zien op de website van het Centrum Publieksparticipatie, in gemeentehuizen en bibliotheken. Als er een milieueffectrapport is opgesteld wordt er een advies van de Commissie m.e.r. gevraagd tenzij het project is opgenomen in de Crisis- en herstelwet (zie bijlage 2 van die wet).

    naar boven
  • Stap 5: Tracébesluit

    Nadat de reacties zijn verwerkt neemt de minister van Infrastructuur en Milieu het definitieve tracébesluit.


    Belanghebbenden die hebben gereageerd kunnen tegen dit besluit in beroep gaan bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Is het tracébesluit eenmaal onherroepelijk, dan moeten de betrokken provincie en gemeentes ervoor zorgen dat de gekozen oplossing in het gebied wordt ingepast. Dit doen zij door het bestemmingsplan aan te passen en bijvoorbeeld de benodigde vergunningen te verlenen.

    naar boven
  • Stap 6: Realisatie

    Het tracébesluit voor het project is genomen in de realisatiefase. Alle procedures zijn doorlopen en de financiële middelen zijn beschikbaar. De werkzaamheden kunnen beginnen.

    naar boven
  • Stap 7: Evaluatie en opleveringstoets

    Nadat het project is gerealiseerd wordt er een evaluatie en een opleveringstoets uitgevoerd. In de evaluatie wordt beoordeeld of er een juiste inschatting van de gevolgen voor het milieu is gemaakt in de milieueffectrapportage. In een evaluatieprogramma komt te staan hoe en wanneer er aanvullend onderzoek gedaan moet worden naar de effecten op het milieu. Als die effecten ernstiger zijn dan verwacht, kunnen maatregelen genomen worden.


    De opleveringstoets wordt gebruikt om te controleren of aan de wettelijke normen wordt voldaan. Met deze toets zien wij toe op milieuaspecten, geluid, natuur of luchtkwaliteit. In het tracébesluit is opgenomen wanneer de opleveringstoets wordt uitgevoerd en op welke milieuaspecten.

    naar boven