Onteigeningswet

Voor de aanleg van wegen en kanalen heeft Rijkswaterstaat grond nodig. Die grond is vaak in handen van particulieren of bedrijven. Soms is de eigenaar bereid de grond te verkopen, maar soms ook niet. Als de grondeigenaar en de overheid het niet eens worden, kan de overheid een zogenaamde ‘onteigeningsprocedure’ inzetten. Onteigening is alleen mogelijk in het algemeen belang en onder bepaalde voorwaarden. De grondeigenaar heeft dan recht op een volledige schadevergoeding.

Onteigenen kan in verschillende situaties. De meest voorkomende zijn voor de aanleg van wegen, bruggen, spoorwegen en waterwegen. Rijkswaterstaat moet aantonen dat de onteigening het algemeen belang dient en de te onteigenen eigenaar mag er niet op achteruit gaan in inkomen of vermogenspositie.

Eerst langs minnelijke weg

Als Rijkswaterstaat een stuk land nodig heeft voor een bouwproject, wordt eerst geprobeerd in onderling overleg met de grondeigenaar tot overeenstemming te komen.Langs minnelijke weg dus, zoals dat heet in juridische termen. Pas als dat niet lukt start de onteigeningsprocedure. Die bestaat uit een administratieve procedure (aanwijzen van de te onteigenen grond) en een gerechtelijke procedure. De rechter bepaalt dan de schadeloosstelling.

Schadeloosstelling

De schadeloosstelling wordt bijna altijd bepaald in geld. Rijkswaterstaat kan de verkoper eventueel vervangende grond aanbieden. De schadeloosstelling bedraagt meestal meer dan de marktwaarde van het te onteigenen eigendom. Verlies aan inkomen uit de betreffende grond en verhuiskosten worden ook vergoed.Een eventuele waardevermindering van de rest van het eigendom, bijvoorbeeld wanneer een woonhuis aan een weg komt te liggen in plaats van tussen het groen,valt ook onder de schadevergoeding. De kosten voor het inhuren van een taxateur, makelaar of andere deskundigen kunnen binnen bepaalde grenzen ook vergoed worden.