Procedure
De A13/A16 wordt aangelegd wanneer de tracéwetprocedure is doorlopen. Dit duurt een aantal jaren. Bij publicatie van de startnotitie (2005) en trajectnota/MER (2009) was het mogelijk in te spreken. Straks kan dat ook bij publicatie van het ontwerp-tracébesluit. Daarna kan nog tegen het tracébesluit, de laatste belangrijke stap in de besluitvorming, beroep worden aangetekend.
In 2005 is de startnotitie A13/A16 gepubliceerd. Deze bood oplossingsrichtingen voor de verkeersproblemen aan de noordkant van de Rotterdamse regio. In 2007 verscheen de variantennota. Daarin staan zes varianten waarvan de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat heeft gezegd dat ze nader uitgewerkt moeten worden in de volgende, officiële stap: de trajectnota/MER. De variantennota is ook een verdere onderbouwing van nut en noodzaak van de A13/A16.
Trajectnota/MER
In augustus 2009 is de trajectnota/MER gepubliceerd. Die heeft 6 weken ter inzage gelegen, zodat belanghebbenden hun mening konden geven. De minister en de regio besloten in november 2009 variant 3 uit de trajectnota/MER uit te werken.2 Tracédelen vielen buiten dit besluit: het tracé bij het Lage Bergse Bos en het tracé tussen de Bergweg-zuid en de HSL kruising. Voor deze tracés werd afgesproken de inpassing ervan nader te onderzoeken. Daarbij stelde de minister als voorwaarde dat de regio bijdraagt aan eventuele extra kosten.
Bestuurlijk akkoord
Naar aanleiding van de afspraken uit 2009 is intensief overleg gevoerd over de inpassing van de A13/A16 bij het Lage Bergse Bos en bij de Bergweg-Zuid en de HSL kruising. Dit leidde eind 2011 tot een bestuurlijk akkoord waarbij de stadsregio Rotterdam en gemeente Rotterdam toezeggen samen €100 miljoen bij te dragen. Met dit geld kan onder meer een landtunnel worden aangelegd in het Lage Bergse Bos.
Standpunt
De volgende stap is het innemen van een standpunt door de minister van Infrastructuur en Milieu (IenM). Ze geeft Rijkswaterstaat dan opdracht een Ontwerp-tracébesluit A13/A16 (OTB) en aansluitend een tracébesluit (TB) uit te werken.
In november 2012 werd bekend dat het ministerie van IenM tot en met 2028 jaarlijks €250 miljoen extra moet bezuinigen op infrastructuur. De minister en staatssecretaris hebben op 13 februari in een brief aan de Tweede Kamer (PDF, 231,1 Kb) aangegeven dat de aanleg A13/A16: Rotterdam geen invloed ondervindt van de bezuinigingen.
De definitieve uitkomst zal naar verwachting in het 2e kwartaal van dit jaar bekend zijn.
