Veelgestelde vragen

Op deze pagina vindt u een overzicht van veelgestelde vragen aan Rijkswaterstaat, met de bijbehorende antwoorden.Voor specifieke vragen over werkzaamheden aan een weg of vaarweg kunt u terecht op de pagina met het (vaar)wegenoverzicht.Op de pagina Top 10 veelgestelde vragen vindt u de meestgestelde vragen van de afgelopen twee weken. Staat het antwoord op uw vraag er niet bij, dan kunt u ons uw vraag mailen of de landelijke informatielijn bellen.

  • Waarom is zwemmen in de grote rivieren juist in de zomer gevaarlijk?

    De vele mooie strandjes langs de grote rivieren zijn aantrekkelijk om er te zonnen, te picknicken en te wandelen. Op warme dagen is het dan heel verleidelijk om verkoeling te zoeken in het rivierwater. Dat is echter niet zonder gevaar. Niet alleen vanwege de onbetrouwbaarheid van de waterkwaliteit, maar vooral vanwege het verdrinkingsgevaar dat zwemmen in de grote rivieren met zich meebrengt.

    In de zomer zijn de waterstanden in de grote rivieren extra laag. Bij aanhoudende droogte staat er alleen nog water in de vaargeul. De rivieren zijn dan ondieper en smaller, en lijken misschien veiliger maar zijn dat niet. Juist dan kan de stroming extra verraderlijk zijn. Ook is de zuigende werking van schepen gevaarlijker in een kleinere hoeveelheid water. Een binnenvaartschip verplaatst tonnen water, wat nog steeds een uitwerking heeft minuten nadat een schip is gepasseerd. Ook de grote verschillen in temperatuur – de bovenlaag van het water is warm en de onderlaag is heel koud – kunnen voor onaangename verrassingen zorgen.

    Rijkswaterstaat raadt zwemmen in de grote rivieren altijd al af, maar bij droogte is het levensgevaarlijk. Ook wandelen langs de waterlijn kan gevaar opleveren. Met het terugtrekken van het water is de scheidingslijn tussen de vaak diepe vaargeul en de oever slecht te zien. Bovendien kan zand vanaf de stranden plotseling afschuiven en in de vaargeul verdwijnen.

    Rijkswaterstaat kan het zwemmen in de rivieren niet verbieden, maar hoopt met deze waarschuwing mogelijke ongevallen te voorkomen.

    naar boven
  • Wat zijn de risico’s van zwemmen in de grote rivieren?

    Zwemmen in de grote rivieren en langs de oever tussen de kribben, kent een aantal niet te onderschatten risico’s:

      • Door de plaatselijk sterke stroming kunnen zwemmers worden meegevoerd of in een draaikolk terechtkomen. De sterke stroming zit niet alleen in het stromende deel van de rivier (waar de scheepvaart plaatsvindt), maar is ook verraderlijk aanwezig tussen de kribben. Zwemmen tussen de kribben is, hoe ongevaarlijk het ook lijkt, af te raden. Op verschillende plaatsen zijn hierdoor in het verleden mensen verdronken.
      • De scheepvaart maakt het zwemmen gevaarlijk. Vanaf een schip zijn zwemmers slecht te zien, schepen gaan vaak sneller dan de meeste mensen denken en door de zuiging kunnen mensen naar een schip worden toegetrokken.
      • De waterbodem bij de oever is soms verraderlijk steil. Ook wanneer het strand bij de rivier geleidelijk lijkt af te lopen, kunnen er onverwacht diepe kuilen voorkomen.
      • Het water van de grote rivieren is vaak troebel. Hierdoor kunnen zwemmers slecht zien of er kuilen in de bodem aanwezig zijn of er onder water obstakels zitten waaraan ze zich kunnen bezeren.
      • Tenslotte is het water in de rivieren vaak een stuk kouder dan op andere plaatsen, waardoor de kans op kramp groter is.
    naar boven
  • Hoe is de (zwem)waterkwaliteit in de grote rivieren?

    Niet alleen vanwege het verdrinkingsgevaar wordt zwemmen in de rivieren afgeraden, ook vanwege de onbetrouwbare kwaliteit van het rivierwater. De zwemwaterkwaliteit van de Rijn, Maas, Waal, IJssel en ook van de Linge is sterk wisselend. De chemische samenstelling van het rivierwater is weliswaar de laatste tientallen jaren sterk verbeterd, maar door lozingen van bijvoorbeeld rioolwaterzuiveringsinstallaties zijn er te veel (ziekteverwekkende) bacteriën en virussen in het rivierwater aanwezig. De kans om ziek te worden van het rivierwater is dan ook aanzienlijk. Omdat het rivierwater niet wordt aangemerkt als zwemwater, mede vanwege de veiligheidsrisico’s, vindt er ook geen onderzoek plaats naar de zwemwaterkwaliteit zoals dat wel het geval is bij de officieel aangewezen zwemplaatsen. Bij een lage waterstand, als er weinig water wordt afgevoerd, kan de concentratie vervuilende stoffen toenemen.

    Het is wel mogelijk om veilig te zwemmen bij de aangewezen zwemplaatsen in dode rivierarmen of in de plassen in de uiterwaarden. Plaatsen waar mag worden gezwommen en waar de waterkwaliteit regelmatig wordt gecontroleerd, zijn vaak  te herkennen aan borden van de provincie of de gemeente. Verder kan natuurlijk veilig gezwommen worden bij de officiële dagrecreatiegebieden en bij natuurzwembaden.

    naar boven
  • Waar vind ik informatie over zwemplaatsen?

    U kunt op verschillende manieren informatie verkrijgen over de plaatsen waar in oppervlaktewater kan worden gezwommen. Namelijk via de zwemwaterfolder (verkrijgbaar bij onder andere gemeentehuizen, bibliotheken, VVV’s, campings en hotels) en via het Milieu klachten- en informatiecentrum (tel. 026 359 99 99): Daarnaast wordt informatie verstrekt via NOS Teletekst (pag. 725).

    Klachten over het zwemwater kunnen worden gemeld bij het provinciale Milieu klachten- en Informatiecentrum, telefoon: 026 - 359 99 99. Klachten worden door de provincie afgehandeld in overleg met GGD’s, Waterschappen, Rijkswaterstaat en de recreatieschappen.

    Naast de waterkwaliteitsgegevens vormen klachten een belangrijke bron van informatie. Het is dan ook belangrijk dat wanneer zwemmers ziek zijn geworden door het zwemmen in een zwemwaterplas, zij dit doorgeven aan de GGD of het Milieu klachten- en informatiecentrum van de provincie. De binnengekomen klachten worden verzameld en als er aanleiding voor is, worden maatregelen genomen zoals het waarschuwen van het publiek of een tijdelijk zwemverbod.

    naar boven
  • Mag er in de grote rivieren gezwommen worden?

    Rijkswaterstaat (RWS) kan het niet verbieden, maar ontraadt het zwemmen in de grote rivieren vanwege:

      • de grote stroomsnelheid;
      • de aanzuigende werking van voorbijgaande schepen, die soms nog lang aanhoudt;
      • de stroming en kolken bij de kribkoppen (de uiteinde van de krib);
      • de geringe doorzicht (je kunt niet zien wat er onder water zit);
      • het temperatuurverschil tussen de boven (warm) en onderlaag (koud) die vrij groot kan zijn;
      • de geringe betrouwbaarheid van de oevers/strandjes tussen de kribben. Deze kunnen plotseling afbreken.

      Zelfs geoefende zwemmers kunnen door de genoemde omstandigheden in moeilijkheden komen. Zeker voor spelende kinderen is de rivier onvoorspelbaar. Rijkswaterstaat verwijst naar alternatieve locaties, zoals zwembaden en recreatieplassen. Zwem alleen in de daartoe aangewezen zwemwateren (daar staat ook vaak een bord met informatie over de waterkwaliteit).

    naar boven
  • Hoe wordt gemeten of een vaargeul diep genoeg is?

    Met meetvaartuigen die voorzien zijn van speciale meetapparatuur, worden ondiepten in de vaargeulen opgespoord.

    Voor het meten van de bodem wordt gebruik gemaakt van een ‘singlebeam’ of een ‘multibeam’ echolood die zich onder het schip bevindt. Het echolood zendt geluidsgolven uit waarvan de weerkaatsing op de bodem weer wordt opgevangen.De sterkte van het teruggezonden signaal levert een beeld van de zeebodem op.

    Een multibeam echolood zendt in de breedte meerdere golven uit. Een singlebeam echolood zendt één sterke golf uit en wordt gebruikt voor grotere diepten en in troebel water.

    naar boven
  • Hoe ontstaat een file?

    Het ontstaan van een file kan verschillende oorzaken hebben en het valt niet zomaar op te lossen. Het fileprobleem is een karakteristiek verschijnsel van de 20e en 21e eeuw. In 2005 maakte driekwart van de reizigers gebruik van de auto en slechts 11% door middel van het openbaar vervoer.

    Files kunnen ontstaan:

      • als er in één keer een heleboel auto’s op de weg komen, waardoor het verkeer vast komt te staan (in de piekuren)
      • door tijdelijke verstoringen in het verkeer (veroorzaakt door ongevallen, pech, wegwerkzaamheden, gladheid, slecht zicht et cetera)
    naar boven
  • Welke soorten files kennen we?

    Voor de verkeersinformatiedienst hanteert Rijkswaterstaat de term ‘file’ als een verzamelbegrip voor drie soorten stagnerend verkeer, namelijk:

      • langzaam rijdend verkeer: verkeer dat over minstens twee kilometer nergens harder rijdt dan 50 kilometer per uur, maar vaak wel sneller gaat dan 25 kilometer per uur
      • Stilstaand verkeer: verkeer dat over tenminste twee kilometer bijna overal minder dan 25 kilometer per uur rijdt
      • Langzaam rijdend tot stilstaand verkeer: langzaam rijdend verkeer over grotere lengte met op sommige stukken stilstaand verkeer
    naar boven
  • Wat is een spitsstrook en waar dient hij voor?

    Een spitsstrook is een extra rijstrook die opengaat op drukke momenten (vooral in de spits). Een spitsstrook kan zowel aan de linkerkant als aan de rechterkant van de weg liggen. U herkent de spitsstroken aan de speciale borden. Deze geven aan wanneer een spitsstrook begint en eindigt. Is de spitsstrook open, dan branden er altijd groene pijlen boven de weg. Als een spitsstrook aan de linkerkant gesloten is, dan staat er een rood kruis boven.

    Als de spitsstrook open is, gaat de maximumsnelheid omlaag. Bevindt de spitsstrook zich aan de rechterkant van de weg, dan is de spitsstrook een vluchtstrook die tijdelijk dienst doet als rijstrook. Deze spitsstrook heeft om de 500 à 1000 meter een pechhaven.

    De aanleg van spitsstroken draagt bij aan een betere doorstroming. De files zullen niet compleet verdwijnen, maar de wegen kunnen wel meer auto's aan. Proeven hebben duidelijk gemaakt dat door aanleg van slimme stroken op autosnelwegen met twee rijstroken tot 30% meer auto's kunnen doorstromen.

    naar boven
  • Wanneer gaat een spitsstrook open?

    Wanneer een spitsstrook open gaat, hangt af van het aantal motorvoertuigen dat per uur passeert:

      • Bij 2 rijstroken moeten er minimaal 2700 motorvoertuigen per uur passeren.
      • Bij 3 rijstroken moeten er minimaal 4050 motorvoertuigen per uur passeren.

    De spitsstrook rechts (op de vluchtstrook) of de spitsstrook links gaat alleen open bij een bepaalde verkeersintensiteit (minimaal 1.350 voertuigen per uur per rijstrook). Er mogen geen obstakels op de spitsstrook zijn. Bij slecht zicht - door mist, sneeuw of hevige regenval - moet de chauffeur meer dan 200 meter vooruit kunnen kijken.naar boven
  • Wat doet Rijkswaterstaat, naast de spitsstroken, nog meer om ringwegen bij grote steden en knooppunten bereikbaar te houden?

    Om de ringwegen bij grote steden en knooppunten de komende jaren bereikbaar te houden, ontwikkelt Rijkswaterstaat extra maatregelen bovenop de diverse spitsstroken die worden aangelegd. Door bijvoorbeeld op toeleidende wegen één rijstrook tijdens de spits af te sluiten, komt het verkeer gedoseerd op de ringweg. Daardoor kunnen de automobilisten op de ringweg blijven rijden. Zouden deze maatregelen niet worden genomen, dan blokkeert de ringweg, waardoor files zich als een olievlek uitbreiden over een veel groter gebied.

    Bij diverse opritten wordt gebruik gemaakt van hetzelfde principe: door toeritdosering wordt het verkeer één voor één op de snelweg toegelaten. De doorstroming op de snelweg is hierdoor beter. Voor de automobilist betekent het dat het langer duurt voordat je op de snelweg bent, maar als je eenmaal op de snelweg zit, dan kun je ook doorrijden.

    naar boven
  • Wat houdt de spoedwet wegverbreding in?

    De spoedwet wegverbreding maakt het mogelijk om verschillende knelpunten uit de file top 50 versneld aan te pakken. Deze wet vereenvoudigt en bespoedigt de procedures, waardoor de capaciteit van een aantal hoofdwegen snel kan worden vergroot. Het gaat om relatief eenvoudige ingrepen, die snel effect hebben: minder files, minder tijdverlies en minder ergernissen in het verkeer. De wet heeft betrekking op een beperkt aantal wegaanpassingen (spitsstroken). Het ontwerp-wegaanpassingsbesluit en de aanvragen voor uitvoeringsbesluiten, bijvoorbeeld vergunningen en ontheffingen, worden eenmaal tegelijkertijd ter inzage gelegd gedurende een periode van zes weken.

    naar boven
  • Het voorkomen van files

    Voor het programma Filevermindering heeft voormalig minister Karla Peijs in februari 2006 een oproep gedaan voor creatieve oplossingen van het fileprobleem. Veel mensen hebben hierop gereageerd. Het gaat om dertig ideeën die voor een deel al meteen uitgevoerd kunnen worden.

    Het gaat om de volgende plannen:

      • langere invoegstroken, zodat met name vrachtwagens op snelheid kunnen invoegen
      • een doorgetrokken streep voor de meest linkerrijbaan zodat het doorgaande verkeer bij een afslag in zijn baan blijft en onnodig weven wordt voorkomen
      • verlenging van de uitvoegstrook tot op de vluchtstrook bij druk uitvoegend verkeer (in Duitsland heet dit ‘Stauventil’). Bijvoorbeeld op de A12 bij de afslag Veenendaal-Ede, op de A20 bij de afslag Moordrecht en op de A16 bij de afslag Capelseplein
      • bruggen op filelocaties die niet meer open gaan tijdens of in aanloop naar de spitsuren
      • een team van vijfentwintig verkeerskundigen die als ‘groene golf team’ op verzoek van gemeentes, provincies en Rijkswaterstaat verkeersregelinstallaties op doorgaande wegen komen afstellen tot een groene golf
      • gecoördineerde toeritdoseringen op de A10 ring Amsterdam
      • vermindering of vermeerdering van het aantal rijstroken per rijrichting afhankelijk van de filerichting (met verplaatsbare barrier; machine die de middenberm verplaatst om meer rijstroken te creëren bij files)
      • afhandelen van blikschade op een parkeerplaats of onderaan een afrit in plaats van op de vluchtstrook (in overleg met verzekeringsmaatschappijen)
      • snel op te zetten ‘antikijk fileschermen’ bij ongevallen
      • zwaailichten van hulpdiensten die uitgaan bij afhandeling van ongevallen om kijkfiles te voorkomen
      • een module in de vernieuwde rijopleiding om te leren hoe te rijden bij filevorming om extra filevorming te voorkomen 

      Voor het programma Filevermindering is 135 miljoen euro beschikbaar gesteld. Ook is er de afgelopen jaren veel aandacht uitgegaan naar proeven met gratis of goedkoop openbaar vervoer. Ook de komende jaren wil het ministerie van Infrastructuur en Milieu hier aandacht aan blijven besteden. Daarnaast werkt IenM aan onderzoeken die inzicht moeten geven wat de voorwaarden zijn voor forenzen om voor het openbaar vervoer te kiezen. Ook wordt gekeken hoeveel de OV-markt hierdoor gaat stijgen en de eventueel benodigde vervoerscapaciteit.

    naar boven
  • Is er een lijst met aanbieders van actuele verkeersinformatie?

    Een overzicht van de aanbieders van actuele verkeersinformatie vindt u op de pagina actuele verkeersinformatie.

    naar boven
  • Wat is het nut of doel van een elektronisch informatiepaneel?

    Een elektronisch informatiepaneel (Drip is Dynamisch Route Informatie Paneel) geeft informatie aan de weggebruiker over de meest actuele verkeerssituatie op de rijksweg, uitgedrukt in filelengte of de geschatte reistijd.

    naar boven
  • Wat is de functie van de groene belijning/streep tussen twee rijbanen?

    Als u in Nederland op een weg rijdt met verkeer in beide richtingen, is het soms niet duidelijk of men hier 80 km of 100 km per uur mag rijden.

    De 80 km wegen lijken qua uiterlijk sterk op autowegen waar men 100 km mag rijden. Landelijk is besloten hier meer duidelijkheid te scheppen. Aan het uiterlijk van de weg moet in de toekomst veel gemakkelijker te zien zijn wat voor een soort weg het is en daarmee wat de maximumsnelheid is.

    De komende jaren worden de autowegen voorzien van een belijning midden op de weg die ze een eigen identiteit geeft: twee (on)doorbroken strepen met daar tussenin een dikke groene streep betekent dat u 100 km per uur mag rijden. Als er echter een verkeersbord staat met een lagere maximum snelheid, dan moet u zich aan de op het bord aangegeven snelheid houden.

    Voor alle duidelijkheid: een groene streep is een herkenbaarheidsteken. Op het moment dat beide witte strepen ononderbroken zijn mag men hier niet inhalen. Bij onderbroken strepen mag dit wel.

    naar boven
  • Wat is een carpoolplaats en waar vind ik een carpoolplaats langs de rijksweg?

    Een carpoolplaats is een parkeerterrein dat qua ligging en ontsluiting geschikt is voor carpooling. Meer informatie over carpoolen vindt u op de website carpooldate  en via de website van carpoolteam.Informatie over de ligging van carpoolplaatsen is te vinden via de website van carpoolpleinen Nederland.

    naar boven
  • Waar vind ik informatie over de maximumsnelheid op de rijkswegen?

    Op de websitemaximumsnelhedenvindt u informatie over de toegestane maximumsnelheid per rijksweg.Als u met de cursor een rijksweg aanwijst, verschijnen de gegevens van deze weg in beeld.

    naar boven
  • Waar staan snelheidscontroles aangekondigd?

    Informatie over snelheidscontroles is beschikbaar op de site van het KLPD (Korps Landelijke Politiediensten).Er vinden ook snelheidscontroles plaats die niet zijn aangekondigd.



    naar boven
  • Wat is trajectcontrole en hoe werkt het?

    Trajectcontrole is een systeem waarbij op een bepaald traject de gemiddelde snelheid van alle voertuigen wordt gemeten. Als een voertuig gemiddeld te hard rijdt, dan krijgt deze overtreder een bekeuring thuis gestuurd. Aan het begin van het traject maken camera’s boven of naast de weg digitale opnames van elk passerend voertuig, op alle rijstroken (inclusief de vluchtstrook). Ook voertuigen die van rijstrook wisselen worden gefotografeerd. Aan deze digitale opnames wordt een nauwkeurig tijdstempel gekoppeld.

    Aan het eind van het traject maken camera’s nogmaals een opname met tijdstempel van elk passerend voertuig. Het systeem rekent op basis van de twee tijdstempels en de trajectafstand de gemiddelde snelheid uit van ieder voertuig. Is de maximumsnelheid niet overschreden, dan worden de opnames direct gewist. Is er wel te hard gereden, dan worden de opnames (inclusief kentekennummer) automatisch doorgestuurd naar de politie. De politie haalt naam en adresgegevens van de kentekenhouder uit het centraal kentekenbestand en stuurt de gegevens door naar het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). Het CJIB stuurt de bekeuring op.

    Plegers van grote snelheidsovertredingen krijgen geen boete, maar moeten voor de rechter verschijnen. Dat geldt ook voor recidivisten. Meer informatie vindt u op de website Trajectcontrole.

    naar boven
  • Wat is de taak van Rijkswaterstaat bij een ongeval?

    Bij een ongeval is meestal maar één weginspecteur van Rijkswaterstaat aanwezig. Hij zorgt er voor dat de veiligheid van alle betrokkenen zoveel mogelijk gewaarborgd wordt. Ook zorgt hij er voor dat het overige verkeer zo goed mogelijk door kan stromen. Na afloop ruimt hij eventueel de rommel op.Zolang de politie bezig is met de afhandeling van het ongeval wachten de berger, de weginspecteur en anderen, tot dit is gebeurd. Pas dan mogen zij in actie komen.

    De weginspecteur zet na een ongeval, als hij als eerste ter plaatse is, de voertuigen alleen op de vluchtstrook als de betrokkenen daarmee instemmen. Indien betrokkenen niet instemmen, moet er gewacht worden op de politie.

    naar boven