Wet bodembescherming

Wet bodembescherming

Het doel van de Wet bodembescherming (Wbb) is in de eerste plaats het beschermen van de bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant: nu en in de toekomst. De Wbb was eerder vooral gericht op een directe bescherming van de kwaliteit van de bodem: het voorkomen van verontreiniging.

Na de wijziging van de Wbb in 1994, waarbij het saneringshoofdstuk in de wet is opgenomen, is de wet ook van toepassing op het schoonmaken (de sanering) van de bodem. Deze wet geldt zowel voor landbodems als voor waterbodems. De Wet bodembescherming (Wbb) legt de verantwoordelijkheid voor landbodems bij provincies en gemeenten neer. Voor waterbodems, zoals rivierbeddingen, is de waterbeheerder verantwoordelijk. Rijkswaterstaat moet er dus voor zorgen dat de bodem in alle rijkswateren goed beschermd en schoon blijft.

Wijzigingen Wbb 2006

Op 1 januari 2006 is de Wbb ingrijpend aangepast omdat het beleid met betrekking tot bodemsaneringen veranderde. Er werd tot die tijd te weinig gesaneerd: met het oude beleid had het nog minstens 100 jaar geduurd om de gestelde doelen te bereiken, vooral vanwege de hoge kosten van bodemsaneringen. 

Het gewijzigde Wbb moet dit verbeteren door:

  • Saneringen goedkoper te maken. Bijvoorbeeld door rekening te houden met de functie van de bodem (industrieterreinen hoeven minder schoon te worden opgeleverd dan woonwijken).
  • De procedure voor eenvoudige gevallen verder te versimpelen.
  • Marktpartijen aan te moedigen in bodemsanering te investeren.
  • Gemeentes en provincies meer keuzevrijheid geven bij de besteding van geld bestemd voor bodemsanering. 
  • Eigenaren van bedrijventerreinen te laten meebetalen aan de sanering daarvan. 

Vier regelingen

De Wbb kent een viertal regelingen, die alle vier een ander onderdeel van bodembescherming voor hun rekening nemen.

  • Een regeling voor de bescherming van de bodem, waarin ook staat dat degene die de bodem verontreinigd, zelf verantwoordelijk is voor het verwijderen van de vervuiling. De overheid kan dwingen tot sanering, wanneer de verontreiniging na 1987 is ontstaan.  
  • Een bijzondere regeling voor de aanpak van nieuwe bodemverontreiniging door een ongewoon voorval. Bijvoorbeeld door een brand, wanneer er verontreinigd bluswater in de grond of het water (de waterbodem) terechtkomt.
  • Een regeling voor de verontreiniging die is ontstaan voor de Wbb in werking trad in 1987 (historische bodemverontreiniging). Ook hier is het uitgangspunt dat de vervuiler zelf de verontreiniging opruimt. Als er geen vervuiler (meer) is, omdat het bedrijf niet meer bestaat en er geen rechtsopvolger is, zal de sanering door de overheid worden uitgevoerd.
  • Een regeling voor de aanpak van verontreiniging in de waterbodem. Rijkswaterstaat heeft het meeste met deze regeling te maken. De regeling geldt voor alle waterbodemverontreiniging, of de vervuiling nu voor of na 1987 is ontstaan.