Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP)

Een deel van de waterkeringen in Nederland voldoet niet aan de wettelijke veiligheidseisen. Rijkswaterstaat en de waterschappen werken binnen het Hoogwaterbeschermingsprogramma hard om op 92 verschillende plaatsen in het land de waterkeringen te verbeteren.

  • Toetsing

    Primaire waterkeringen zijn de belangrijkste bescherming voor ons land tegen overstromingen. Overstromingen vanuit de Noordzee, de grote rivieren of het IJssel- en Markermeer. Elke vijf jaar worden de waterkeringen getoetst. In deze wettelijke toetsing wordt gekeken of die keringen aan de wettelijke normen voldoen.

     

    In 2001 en 2006 zijn toetsrondes gedaan. Daarbij bleek dat een deel van de primaire keringen niet aan de veiligheidsnorm voldoet. Daarnaast zijn acht locaties langs de Nederlandse kust bestempeld als ‘zwakke schakels’. Voor deze locaties wordt voorzien dat zij binnen een termijn van 20 jaar niet meer aan de norm voldoen. Daarom moeten deze versterkt worden. Dat gaat volgens de laatste inzichten op het gebied van golfbelastingen op de Noordzee.

    naar boven
  • Projecten door het hele land

    In oktober 2006 is het Hoogwaterbeschermingsprogramma vastgesteld: een omvangrijk programma om de veiligheid te verbeteren. Op het Hoogwaterbeschermingsprogramma staan duinen, dijken, en kunstwerken. De te versterken primaire waterkeringen langs de grote rivieren, Waddenkust, Zeeuwse wateren en IJsselmeer bestaan veelal uit dijken. Langs de Noordzeekust gaat het vooral om duinen. Ook staat een aantal kunstwerken, zoals sluizen en inlaatwerken, met een waterkerende functie op het programma.

     

    Het Hoogwaterbeschermingsprogramma heeft als doel de afgekeurde waterkeringen op sobere, doelmatige en robuuste wijze te versterken. Doelmatig ontwerpen betekent dat de te leveren inspanningen en uitgaven om het ontwerp te realiseren daadwerkelijk bijdragen aan het behalen van het beoogde doel. Ze moeten voldoen aan de norm. Daarbij moeten de kosten in verhouding staan tot de opbrengsten.

     

    Daarnaast is een goed ontwerp robuust. Dit betekent dat er niet alleen rekening wordt gehouden met de veiligheidnorm. Er wordt ook gekeken naar eventuele toekomstige uitbreidingsmogelijkheden als gevolg van verwachte veranderingen in de planperiode. Klimaatverandering bijvoorbeeld. Daarom is de levensduur bij het ontwerp van dijken en dammen in principe 50 jaar. Voor kunstwerken is dat 100 jaar. Onder ‘sober’ wordt verstaan dat op een efficiënte manier robuust en doelmatig wordt gewerkt, maar niet meer dan dat.

    naar boven
  • Waterschappen voeren de meeste projecten uit

    In Nederland zijn de waterschappen verantwoordelijk voor de meeste primaire waterkeringen. Een klein deel van de primaire keringen is in beheer Rijkswaterstaat. Van de 92 projecten die op het HWBP staan, voeren de waterschappen en één provincie 84 projecten uit. De overige acht projecten worden uitgevoerd door Rijkwaterstaat. De waterschappen en één provincie ontvangen hiervoor subsidie van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Er fungeren 10 provincies als toezichthouder.

    naar boven
  • Programmabureau coördineert

    Het Hoogwaterbeschermingsprogramma is complex en omvangrijk. Daarom is een sterke centrale regie vanuit het Rijk gewenst om tot een éénduidige aanpak te komen. Hiervoor is een programmabureau opgericht. Dit programmabureau is ondergebracht bij de Waterdienst van Rijkswaterstaat. Het toetst de plannen en verzorgt de subsidieverlening.

     

    Het programmabureau houdt verder toezicht op de voortgang van het programma en rapporteert hierover. Ook ondersteunt het de waterschappen en de regionale diensten van Rijkswaterstaat bij de opstelling van hun plannen. Het gaat daarbij vooral om het beheersen van risico’s in kwaliteit, tijd en geld. Ook gaat het om advisering aan de beheerder over een optimale benutting van de markt. Bijvoorbeeld andersoortige en/of centrale contractering/uitbesteding.

    naar boven
  • Rijk financiert

    De maatregelen uit het Hoogwaterbeschermingsprogramma die door de waterschappen worden uitgevoerd, komen in aanmerking voor volledige financiering door het Rijk. Het programmabureau verzorgt vanaf 2008 de subsidieverstrekking aan de waterschappen. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de Unie van Waterschappen en het Interprovinciaal Overleg hebben afspraken gemaakt over de werkwijze. Een groot deel van de afspraken is vastgelegd in een formele subsidieregeling. Deze afspraken zijn van belang voor een goede samenwerking tussen de beheerders, de betrokken provincies en het programmabureau.

    naar boven
  • Samenwerking essentieel

    Een goede samenwerking tussen de betrokken instanties staat in het Hoogwaterbeschermingsprogramma voorop. Samenwerking is nodig om het hele programma binnen het beschikbare budget en in de beschikbare tijd uit te voeren.

    naar boven