Maatregelen

Rijkswaterstaat maakt voor de versterking van de vooroevers van de Oosterschelde en Westerschelde gebruik van breuksteen en staalslakken. Zowel breuksteen als staalslakken hebben een hoog eigen gewicht waardoor ze in stroming en golfslag niet wegspoelen.

Hoe werkt het?

  • De staalslakken worden op de vooroever gestort, waarna ze deels worden afgedekt met een laag breuksteen. 
  • De voorheen zachte ondergrond van zand, veen en klei is nu hard geworden. 
  • Door deze verandering van eigenschappen verandert ook de habitat van flora en fauna onder water.

Gevolgen voor de omgeving

De Oosterschelde bezit een rijke flora en fauna. Het is een gebied waar we zuinig op moeten zijn. Daar is Rijkswaterstaat zich zeer van bewust. Helaas kunnen we niet voorkomen dat door de werkzaamheden planten en dieren tijdelijk worden verstoord. Wel zetten we ons in om de gevolgen voor de omgeving zo veel mogelijk te beperken.

Ecologisch ontwerp

Een van de dingen die Rijkswaterstaat doet om de gevolgen voor de omgeving te beperken, is het creƫren van verschillende habitats voor flora en fauna onder water. Rijkswaterstaat gaat hierbij als volgt te werk:

  • Vooraf wordt nauwkeurig onderzoek gedaan naar de aanwezige flora en fauna.
  • Per locatie wordt beslist hoe de nieuwe onderwateroever wordt ingepast. Zo worden de breukstenen bijvoorbeeld in bepaalde vormen gestort waardoor luwe plaatsen ontstaan waar dieren zich kunnen vestigen.

Monitoringen

Rijkswaterstaat vindt het belangrijk om in de omgeving waar gewerkt wordt, zo min mogelijk schade aan te brengen. Voor de werkzaamheden van de vooroeververdediging monitort Rijkswaterstaat, samen met betrokken partijen, op twee punten:

  • onderwaterhabitat 
  • uitloging van breuksteen en staalslakken

Onderwaterhabitat

Om na te gaan wat de gevolgen zijn voor de onderwaterhabitat voeren IMARES, Stichting Zeeschelp en Deltares in opdracht van Rijkswaterstaat monitoringen uit. Voorafgaand aan de versterking is gekeken hoe de locaties er eerst uit zagen. Na de versterking worden diverse locaties regelmatig onderzocht en worden metingen uitgevoerd. Binnen enkele maanden na het aanbrengen van de versterking was het volgende te zien:

  • Nieuwe pioniersgemeenschappen op zowel breukstenen als staalslakken. 
  • Aangetroffen soorten zijn bruinwier, zakpijpen en zeepokken. 
  • Binnen een jaar nieuwe bodemdieren op de locaties.

Uitloging van breuksteen en staalslakken

Een ander punt waarop Rijkswaterstaat monitort is uitloging van de gebruikte materialen, zoals breuksteen en staalslakken. Uitloging is het oplossen van stoffen uit bouwmaterialen, in dit geval zware metalen, in het water. IMARES heeft voordat de werkzaamheden voor de vooroeververdediging startten, de uitgangssituatie vastgesteld. Rijkswaterstaat heeft na de bestortingen watermonsters genomen. De uitkomsten zijn:

  • De metingen toonden geen duidelijke verschillen in concentraties zware metalen op plaatsen waar de vooroever wel en niet was versterkt. 
  • Metingen van metalen in planten en dieren lieten mogelijk iets verhoogde concentraties molybdeen en vanadium zien, zowel op breukstenen als staalslakken. 
  • Een toxicologische test uit 2010 gaf aan dat vooroeververdediging met de gebruikte bouwstoffen, geen effect heeft op de ontwikkeling van oesterlarven.

Om de ontwikkelingen van de flora en fauna goed te kunnen beoordelen, zijn over een langere periode gegevens nodig. Daarom blijft Rijkswaterstaat de komende jaren regelmatig onderzoek doen.