Maas: rivierverruiming bij Batenburg

Om bewoners langs de Maas ook in de toekomst te beschermen tegen overstromingen, zorgt Rijkswaterstaat ervoor dat de rivier meer ruimte krijgt. Rivierverruiming vindt onder meer plaats bij Batenburg en wordt gecombineerd met het creëren van natuur. De uitvoering is in januari 2008 gestart en duurt tot december 2010. 

Het werk vindt plaats ten oosten van Batenburg en in de Lijmen (ten westen van Batenburg). Ten oosten van Batenburg richt Rijkswaterstaat zo’n zestig hectare gebied opnieuw in. Hier komt een natuurgebied met recreatiemogelijkheden en wordt de oorspronkelijke loop van de Maas weer uitgegraven. Het gehele gebied tussen de geul en de Maas wordt verlaagd. In de Lijmen wordt alleen de oever schuin afgegraven, zodat deze flauw afloopt. 

Veiligheid bij hoogwater

De geul, de verlaagde stukken land en de flauw aflopende oever zorgen ervoor dat het water meer ruimte krijgt. Hierdoor is de waterstand, bij hoogwater, in de Maas lager dan in de huidige situatie. Bij laagwater treedt geen verandering op, omdat de waterstanden op de Maas met stuwen altijd op hetzelfde niveau worden gehouden. Pas als het water zó hoog staat dat het boven de stuwen uitkomt, wordt duidelijk wat het doel is van de maatregelen. De rivierverruiming bij Batenburg zorgt dan voor een verlaging van de waterstand tot ongeveer zes centimeter. Deze verlaging is over een lengte van zeker vijftien kilometer stroomopwaarts nog merkbaar in de Maas. 

Er zou ook voor kunnen worden gekozen om de dijken te verhogen, maar daarmee worden de waterstanden niet verlaagd. Als er dán een overstroming plaats vindt vanwege een dijkdoorbraak zijn de gevolgen ernstiger. 

Benutten uiterwaarden

Het is veiliger om van tevoren te bepalen waar de Maas de ruimte krijgt, zoals in dit geval in de uiterwaarden de Lijmen en het gebied ten oosten van Batenburg. Een uiterwaard, het gebied tussen de oever van een rivier en de dijk (de winterdijk/bandijk) is immers bestemd om bij hoogwater te overstromen. Bij hoogwater voorkomt een uitwaard dat het water het bewoonde achterland bereikt. De uiterwaard ten oosten van Batenburg bijvoorbeeld, loopt gemiddeld eens in de twee tot vijf jaar onder water. 

‘Meestromende’ geul

Vanwege kanalisatie (halverwege de 19e tot ver in de 20e eeuw) zijn veel delen van rivieren gedempt. Dit gebeurde ook met een bochtig stuk van de Maas ten oosten van Batenburg. Daarvoor in de plaats werd een rechte geul gegraven. Een deel van de oude Maasloop ten oosten van Batenburg bleef ongedempt en is nu als haven in gebruik. Het gedempte deel is in gebruik genomen als landbouwgrond, maar wordt weer uitgegraven.  Hierdoor ontstaat tussen de Maas en de extra geul een schiereiland.

Het eiland staat alleen nog door middel van een overlaat in verbinding met het vasteland. Een overlaat is een soort verlaagde oever, bekleed met stenen, waar water overheen kan stromen bij verhoogde waterstanden. De verwachting is dat dit gemiddeld vijftig dagen per jaar gebeurt en dat de herstelde geul dus zoveel dagen ‘meestroomt’ met de Maas.