Carbon Footprint Rijkswaterstaat
Grondverzet, baggeren en kustsuppleties zijn samen goed voor ongeveer de helft van alle CO2 emissies van Rijkswaterstaat. Door in te zetten op minder kuubs, kilometers en emissie per kuub, liggen er volop kansen om de kosten en de milieueffecten van grondverzet en baggeren te verlagen.
In 2009 heeft Rijkswaterstaat met Dubocalc een schatting gemaakt van zijn Carbon Footprint. De resultaten van dit onderzoek waren opvallend. Want niet het directe energieverbruik (brandstof voor voer- en vaartuigen, verwarming en verlichting van gebouwen, etc.) veroorzaakt de meest CO2-emissie, maar de opdrachten die Rijkswaterstaat in de markt zet voor de realisatie en het beheer en onderhoud van de infrastructuur: ongeveer het tienvoudige aan CO2-emissie! Daarbij bleken vooral grondverzet, baggeren, kustsuppleties en verhardingen dominant. Overigens zijn deze resultaten in 2010 bevestigd door een studie van Movares.
Emissiereductie opties
De resultaten van dit onderzoek waren aanleiding om in het kader van het programma Rijkswaterstaat Duurzaam prioriteit te geven aan het zoeken van concrete emissiereductie-opties voor grondverzet, baggeren en kustsuppleties. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste reductie-opties in termen van minder kuubs, minder kilometers en minder emissies per kuub.
| Grondverzet (nat en droog) | Baggeren / kustsuppleties | |
|---|---|---|
| kuubs |
|
|
| kilometers |
|
|
| Emissie per kilometer |
|
|
Belang van wet en regelgeving
Bij de implementatie van de verschillende reductie-opties speelt wet- en regelgeving en de beschikbaarheid van handreikingen een belangrijke rol. Dit wordt geïllustreerd door de volgende 2 voorbeelden:
- In de verkenningfase van grote projecten speelt grondverzet zelden een rol, terwijl juist dan keuzes worden gemaakt die grote gevolgen hebben bij de uitvoering. Met behulp van het rekenprogramma Dubocalc is snel en eenvoudig een beeld te krijgen van de milieu-effecten van alternatieven. Hiervoor kan een handreiking ontwikkeld worden.
- Door dieper zand te winnen voor kustsuppleties dan de gebruikelijke twee meter, hoeft een baggerschip een veel kleiner oppervlak aan zeebodem ‘af te grazen’. Met als positief gevolg dat de gemiddelde vaarafstand kleiner wordt. De gevolgen voor ecosystemen lijken ook kleiner te zijn. Door de recente wijziging van de “Beleidsregel ontgrondingen” wordt het mogelijk om veel vaker een vergunning voor dieper winnen af te geven.
Het vervolg
De resultaten zijn op 30 september gepresenteerd aan Directeur Generaal Jan Hendrik Dronkers. Zijn reactie was positief en de verwachting is dan ook dat veel van de initiatieven groen licht krijgen bij de invoering ervan.
Meer informatie
Evert Schut, Rijkswaterstaat Waterdienst
