Omgaan met vrijkomend asfalt
Europese regels maken export van vrijkomend teerhoudend asfalt uit de wegenbouw zonder thermische reiniging mogelijk. Over deze onwenselijke situatie zijn Kamervragen gesteld. Nieuwe afspraken tussen aanbieders en verwerkers maken een einde aan deze ongewenste situatie.
Tot 1991 werd regelmatig koolteer of een combinatie van teer en bitumen in de wegenbouw gebruikt. In de jaren daarna is het gebruik van teerproducten tot nul gereduceerd. Maar van de jaarlijks vrijkomende hoeveelheid (frees)asfalt is zo’n 1 miljoen ton nog wel teerhoudend. Hergebruik van vrijkomend asfalt is belangrijk met het oog op duurzaam hergebruik van grondstoffen. Teerhoudend asfalt mag in Nederland niet worden hergebruikt. Asfalt wordt als teerhoudend aangemerkt bij een PAK-gehalte van 75 mg/kg ds of meer. In 2013 wordt dit gehalte verlaagd naar 50 mg/kg ds.
Code Milieuverantwoord Wegbeheer
Volgens de Wet milieubeheer is vrijkomend asfalt een afvalstof. Dat een groot deel hiervan voor hergebruik in aanmerking komt, doet daar niets aan af. Nederland kent de minimum verwerkingsstandaard thermische verwerking. Waardoor teerhoudend asfalt moet worden afgevoerd naar één van de thermische verwerkers. De PAK worden daar door verbranding onschadelijk gemaakt. Hoewel dit al gangbaar beleid was, heeft Rijkswaterstaat zich met het ondertekenen van de code Milieuverantwoord Wegbeheer nogmaals geconformeerd aan deze minimale verwerkingsstandaard.
Nieuwe regels
Na een aanpassing van Europese regelgeving is het mogelijk geworden teerhoudend asfalt te exporteren, mits het materiaal daar wordt hergebruikt. Echter, dit gebeurt vaak in infrastructurele werken zónder voorafgaande thermische reiniging. Dat is een onwenselijke situatie, maar kan juridisch niet worden verboden. Daarom is de oplossing gezocht in privaatrechtelijke afspraken tussen aanbieders en verwerkers. Naast een aanpassing van de standaardcontractteksten bij Rijkswaterstaat t.a.v. de thermische verwerking van teerhoudend asfalt hebben ook asfaltproducenten hun acceptatievoorwaarden voor vrijkomend asfalt aangescherpt. Het aangeboden freesasfalt moet zijn onderzocht conform CROW 210. Voldoen de onderzoeksresultaten niet, dan is de kans groot dat die partijen freesasfalt worden geweigerd.
Meer informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met een van onderstaande personen:
Jan Hoeflaken (Rijkswaterstaat Noord-Brabant)
Jan van der Zwan (Rijkswaterstaat Dienst Verkeer en Scheepvaart)
Rudy van Bemmel (Rijkswaterstaat Dienst Infrastructuur)
