Kader afstromend wegwater

Op 1 januari 2011 treedt het Besluit lozen buiten inrichtingen in werking. Het besluit bevat algemene regels over hoe om te gaan met regenwater dat afstroomt van wegen en kunstwerken. Rijkswaterstaat heeft  op basis van het besluit een verplicht landelijk kader opgesteld dat handvatten biedt voor de juiste voorzieningenkeuze voor wegwater bij aanleg, beheer en onderhoud van de infrastructuur.

‘Misschien is het goed eerst even het Besluit lozen buiten inrichtingen onder de loep te nemen’, zegt Kees van Muiswinkel, adviseur bij de Dienst Verkeer en Scheepvaart. ‘Om te beginnen legt het nieuwe besluit een algemene zorgplicht op. Die zorgplicht houdt in dat je zoveel mogelijk maatregelen moet nemen om de vervuiling van de bodem, het grondwater en het oppervlaktewater door afstromend wegwater te voorkomen.

Kijk je vervolgens naar de algemene regels, dan geven die aan dat water dat afstroomt van wegen, bruggen, viaducten en tunnels bij voorkeur in de bermbodem geloosd moet worden. Is dat niet mogelijk, dan mag geloosd worden op het oppervlaktewater. In speciale gevallen kan het bevoegd gezag aanvullende eisen stellen.

De inhoud van het besluit heeft daarmee geen verstrekkende consequenties voor hoe Rijkswaterstaat omgaat met afstromend wegwater. Wij hanteren min of meer al diezelfde voorkeursvolgorde. De zorgplicht vullen we in met 'good housekeeping maatregelen', zoals het regelmatig maaien en wegschrapen van de toplaag van bermen en het op gezette tijden schoonmaken van kolken.’

Voordelen landelijk kader

Van Muiswinkel: ‘Maar waar het om gaat, het besluit geeft wel voldoende duidelijkheid over wat wel of niet mag, maar zegt niets over maatregelen. En daar heeft Rijkswaterstaat juist behoefte aan. Het Kader afstromend wegwater voorziet daarin. Met het kader komt er een landelijke, eenduidige én praktische invulling van de regels uit het besluit voor de aanpak van afstromend wegwater. En dat biedt de nodige voordelen. Het kader geeft bijvoorbeeld aan hoe je in welke situatie tot de meest doelmatige maatregelen komt. En dat op een landelijk eenduidige manier. Daar hoeft iedereen dus niet meer zelf het hoofd over te breken, wat in termen van tijd en geld natuurlijk de nodige winst oplevert.

Een ander belangrijk voordeel van het kader is dat het éénduidige regels geeft voor de melding. In de nieuwe situatie geldt een meldplicht, een vergunning aanvragen voor het laten afstromen van wegwater behoort daarmee tot de verleden tijd. Uiteindelijk is het nieuwe Besluit lozen buiten inrichtingen ook bedoeld om de administratieve lastendruk te verminderen. Overigens is het niet zo dat het kader op zichzelf staat. Die is wel degelijk afgestemd met de richtlijnen voor de inrichting van wegbermen als het gaat om verkeersveiligheid, milieuhygiëne en ecologie.’

Brede acceptatie

Bij het tot stand komen van het Kader afstromend wegwater heeft de Dienst Verkeer en Scheepvaart nauw samengewerkt met de specialisten van de andere landelijke diensten en de Regionale Diensten van Rijkswaterstaat. Maar ook met de Inspectie, de provincies en de waterschappen. ‘Een goede zaak’, vindt Van Muiswinkel. Daarmee weten we zeker dat we aansluiten bij de praktijk. Bovendien zorgt het ervoor dat er een brede acceptatie is van het kader. Daarmee is er meer duidelijkheid over hoe om te gaan met afstromend wegwater dan ooit het geval was. Voor de goede orde, het Kader afstromend wegwater wordt dit najaar geplaatst op het intranet. Het gaat dan deel uitmaken van de Werkwijzer Aanleg.

Meer informatie

Kees van Muiswinkel (Rijkswaterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart)