Nieuwe functionele eisen asfalt

Asfalt moet duurzamer. Dat kan door meer recycling, productie met minder energie en sterkere materialen. Het traditionele voorschrijven van asfaltrecepten staat deze ontwikkelingen in de weg. Nederland en Frankrijk zijn de enige Europese landen die in de nieuwe Europese regelgeving kiezen voor het zogeheten functionele pad in plaats van voortzetting van de receptbenadering.

Beschreven we asfalt vroeger op kookboekachtige wijze, tegenwoordig specificeren we asfalt (behalve de toplaag van ZOAB) met materiaaleigenschappen, zoals stijfheid en sterkte. ‘We doen dat omdat die eigenschappen bepalend zijn voor de levensduur. Welk receptuur daaraan ten grondslag ligt, vinden we minder belangrijk’, legt Arthur van Dommelen, senior adviseur/specialist bij Rijkswaterstaat uit. ‘Door deze functionele, meer wetenschappelijke benadering van ons vakgebied is de wegenbouw behoorlijk gemoderniseerd.’

.

Rapportage

‘Daarvoor moet asfalt overigens nog steeds bestaan uit steen, zand, vulstof en bitumen. Binnen die grenzen hebben we voldoende ervaring met onze materiaaltests en rekenmodellen opgebouwd om de stap naar de functionele benadering te durven maken. Voor andere bouwstoffen zijn onze tests en modellen niet per se geldig. Juist daarom ontstaat meer ruimte bij het wegontwerp, wat in werken van Rijkswaterstaat gewoonlijk door de aannemer wordt gemaakt. Hij levert ons een ontwerpnota met de gemeten eigenschappen van zijn eigen asfaltmengsels en een daarop gebaseerd ontwerp volgens afgesproken ontwerpregels.’

Betere asfaltconstructie

De nieuwe functionele eisen voor asfalt geven ruimte voor meer innovaties. ‘Zoals asfalt produceren bij lagere temperaturen. Verder optimaliseren de producenten hun mengsels en bouwstoffen om sterker asfalt te ontwikkelen. Als aannemers daardoor minder asfalt kunnen aanbrengen, scheelt dat aanzienlijk in de kosten. Een rekenvoorbeeld: als we 5 centimeter dunner kunnen bouwen, scheelt dat ongeveer 10 euro per vierkante meter. Op een normale tweebaansweg van 10 kilometer, met per baan twee rijstroken en een vluchtstrook, is dat al gauw 2,5 miljoen euro’, aldus Van Dommelen.