Asfalteren bij vrieskou getest
Reparaties van gaten, overmatige rafeling (steenverlies) en openstaande naden in het wegdek herinneren nog aan de strenge wintermaanden. Met het oog op toekomstige vorstperioden test Rijkswaterstaat of het met nieuwe technieken mogelijk is om kwalitatief goed asfalt aan te leggen bij temperaturen onder het vriespunt.
De kwaliteit van asfalt hangt sterk af van de weersomstandigheden waarin het wordt aangelegd. Met de huidige techniek asfalteert Rijkswaterstaat niet onder de 5 graden Celcius. Daarom voert Rijkswaterstaat bij vorstschade meestal eerst tijdelijke reparaties uit totdat de weersomstandigheden gunstig genoeg zijn voor de aanleg van nieuw asfalt.
Het gevolg: dubbele verkeershinder en snelheidsbeperkingen ter hoogte van het beschadigde traject. Bovendien is het duur en tijdrovend om eerst tijdelijke herstelwerkzaamheden uit te voeren en later het asfalt definitief te vervangen.
Beste ideeën
Om te onderzoeken of asfalteren bij lage temperaturen met behoud van kwaliteit mogelijk is, daagde de Dienst Verkeer en Scheepvaart aannemers uit om met innovaties te komen. De twee geselecteerde bedrijven, Dura Vermeer en KWS Infra kwamen met de beste ideeën. Beide aannemers hadden speciale maatregelen genomen om te kunnen asfalteren bij lage temperaturen.
Voorverwarmen
Zo werden asfaltwagens voorverwarmd en was er extra aandacht voor de isolatie van de asfaltwagens, zodat het hete asfaltmengsel niet te snel afkoelt. Ook waren maatregelen nodig om het aangrenzende asfalt te beschermen. Vooral bij lage temperaturen is het naastliggende oude zoab nog extra gevoelig voor scheurvorming als er walsen overheen rijden. Omdat het asfalt bros is, kunnen de hechtbruggen tussen de stenen breken en kan er weer vroegtijdige schade ontstaan.
SurfaceJet
In de nacht van 19 op 20 februari 2010 werd een test uitgevoerd in twee proefvakken van driehonderd meter op de noordbaan van de A58 tussen de knooppunten St. Annabosch en Galder. Dit onder regie van het Innovatie Testcentrum (ITC). Het Wegendistrict Breda stelde de weg ter beschikking voor de proef. KWS Infra liet, voordat de spreidmachine kwam, de Surfacejet over het gefreesde asfalt rijden. Deze ‘föhn’ is bedoeld om de koude ondergrond voor te verwarmen en te drogen.
Betere hechting
Hierdoor hecht het nieuwe asfalt naar verwachting beter aan de onderliggende asfaltlaag. Dura Vermeer zette de SurfaceJet alleen in voor het verwarmen van het naastliggende asfalt, waarna er een verjongingsmiddel op werd gesproeid om het bindmiddel minder bros te maken.
Kleefmiddel
Ook nieuw is de inzet van een spreidmachine met geïntegreerde sproeibalk. Normaal gesproken sproeien de aannemers van tevoren kleefmiddel op basis van emulsie, maar omdat emulsie water bevat is dit niet onder het vriespunt toe te passen. Beide aannemers sproeiden nu een kleefmiddel vanaf de spreidmachine.
Daar overheen legden zij direct een warme asfaltlaag. Hierdoor kan het nieuwe asfalt zich beter hechten aan de onderliggende asfaltlaag. Dankzij de inzet van dit materieel kunnen de waterhoudende bitumenemulsies tijdens vorst gewoon worden verwerkt.
Meten is weten
Tijdens de proef maten infrarood camera’s de asfalttemperaturen en legde GPS alle materieelbewegingen vast. Zo kan Rijkswaterstaat achteraf bestuderen bij welke temperatuur er hoe verdicht is. Ook zijn er boorkernen genomen. Die worden nu in het laboratorium onderzocht om de kwaliteit van het aangelegde asfalt vast te stellen. Direct na de aanleg zijn lasermetingen uitgevoerd op en naast de proefvakken.
Rapport
Rijkswaterstaat herhaalt die metingen nog een keer om vast te kunnen stellen of er vroegtijdige rafeling is opgetreden. Als uit de test blijkt dat asfalteren onder het vriespunt een kwalitatief goede optie is, kan Rijkswaterstaat voortaan sneller vorstschade repareren. Deze zomer verschijnt het rapport met alle uitkomsten van de test.
