Tunnelvisie: kwalitatief en veilig
Tunnels moeten aan de veiligheidseisen van de nationale tunnelwet voldoen. Behalve de aanwezigheid van voorzieningen is het belangrijk dat de organisatie en het besluitvormingsproces goed op orde zijn. Voor bestaande tunnels is een overgangsregeling ingesteld tot 1 mei 2014 om orde op zaken te stellen.
De Europese richtlijn uit 2004 resulteerde in 2006 in de nationale tunnelwet met uitgebreide veiligheidseisen voor tunnels. Zo moeten er onder meer vluchtdeuren, blusvoorzieningen, hulpposten, noodtelefoons en verlichting aanwezig zijn. Ventilatoren zijn verplicht bij een tunnellengte vanaf 500 meter. Vanaf deze lengte moet de tunnel ook aangesloten zijn op een bedieningscentrale.
Eén integraal systeem
Daarnaast zijn eisen gesteld aan het besluitvormingsproces. “Dat is nieuw”, vertelt Ronald Mante, hoofd Steunpunt Tunnelveiligheid van Rijkswaterstaat. “Tot dusver bestonden er organisatorisch geen regels. Nu betrekken we in elke fase van het proces alle belanghebbende partijen erbij om zo tot een veilige tunnel te komen. Bij de bouwvergunning houd je bijvoorbeeld vooraf rekening met de installaties die in de tunnel komen. Kortom, we beschouwen de tunnel als één integraal systeem.”
Kwaliteitssysteem
Wat voor procedure volgt een wegverkeersleider om het verkeer veilig door de tunnel te laten rijden? Wat voor handelingen verricht je bij calamiteiten om de gevolgen zo klein mogelijk te houden? De tunnelbeheerder stelt hiervoor een veiligheidsbeheerplan op. Dat is een kwaliteitssysteem, een soort iso-normering, om de veiligheid te borgen. De organisatorische kant is mede bepalend voor het veiligheidsniveau. In de tunnelwet is hier gestructureerd aandacht voor.
Controle
In 2014 moeten alle tunnels aan de tunnelwet voldoen. Tunnels moeten dan over een goed functionerend veiligheidsbeheerplan beschikken. “Onze tunnels zijn veelal voorzien van alle benodigde technische voorzieningen. Wellicht zijn er kleine aanpassingen nodig, zoals een extra vluchtdeur. De maximale afstand tussen vluchtdeuren mag namelijk niet meer zijn dan 250 meter”, geeft Mante aan. “Voor tunnelbeheerders een aanleiding om te controleren of voorzieningen toe zijn aan reparatie, herstel of vervanging.”
