Koude asfaltproductie reduceert energieverbruik en emissies
Rijkswaterstaat werkt toe naar een duurzamere organisatie die minder energie verbruikt en minder emissies uitstoot. Daarom dagen we de markt uit om andere technieken te ontwikkelen voor bijvoorbeeld wegaanleg en –onderhoud. ‘Koude’ asfaltproductie is een van die technieken.
Invloed uitoefenen
“We willen invloed uitoefenen op onze belangrijkste bronnen van CO2-uitstoot, de aanleg en onderhoud van verhardingen, grondverzet en baggeren”, vertelt Jan van der Zwan, senior adviseur/specialist bij de Dienst Verkeer en Scheepvaart. “Bij de productie van asfalt valt veel winst te behalen. Want om het vocht in het mengsel te verdampen en het mengsel verwerkbaar te maken moet asfalt hoog worden opgestookt: 150 tot 170 graden Celsius. Met andere technieken kunnen we de productietemperatuur van asfalt en daarmee het energieverbruik verlagen.”
Aanleg wegvak met lage energie asfaltbeton
Water injecteren
Bijvoorbeeld met schuimbitumen. Voor het maken van schuimbitumen wordt een kleine hoeveelheid water in het 170 tot 180 graden hete bitumen geïnjecteerd. Het water verdampt explosief en vormt miljoenen kleine bitumenbellen. Wanneer deze bellen in contact komen met warme aggregaten laten ze een goede omhulling en verwerkbaarheid toe. “Met schuimbitumen hoeft het asfaltmengsel tot slechts 90 tot 110 graden verhit te worden. Deze ‘koude’ asfaltproductie betekent minder energieverbruik en minder CO2-uitstoot.”
Detailopname van schuimbitumen
Wax toevoegen
Er zijn ook andere mogelijkheden, zoals het toevoegen van een wax. Hierdoor wordt het bitumen vloeibaarder en is het mogelijk om asfalt te produceren en te verdichten bij een lagere temperatuur. Die ligt iets hoger dan die van de temperatuur van de schuimbitumentechniek, namelijk tussen de 120 en 130 graden.
Minder materiaal
Van der Zwan: “De productietemperatuur van asfalt is slechts een van de elementen die onze carbon footprint bepalen, slechts een deel van de totale emissie. Het terugdringen van de CO2-uitstoot hangt namelijk samen met het aantal tonnen asfalt dat Rijkswaterstaat jaarlijks nodig heeft. Materialen die nodig zijn voor de productie van asfalt – zand en steen – moeten we immers produceren, winnen en transporteren vanuit het buitenland. Met andere woorden: willen we veel CO2-reductie bewerkstelligen, dan moeten we zorgen dat we minder materiaal nodig hebben.”
Kwaliteitsgarantie
Daarnaast moet de kwaliteit van het asfalt dat geproduceerd is met nieuwe technieken minimaal vergelijkbaar zijn met de kwaliteit van het product gemaakt volgens traditionele methoden. “Want een mindere kwaliteit en kortere levensduur betekent meer onderhoud, meer tonnen asfalt, meer verkeershinder en dus meer CO2-uitstoot. Ook de kosten komen daarmee in het geding. Dan gooien we het kind met het badwater weg”, aldus Van der Zwan.
Proefvak
De eerste grotere wegvakken van asfalt gemaakt met de schuimbitumentechniek voor funderingslagen liggen op de A2 bij Everdingen. Een nieuwe uitdaging is om ook ZOAB op die manier te produceren, wat op de provinciale weg N346 bij Zutphen voor het eerst is toegepast. “De komende jaren kijken we of het materiaal net zo duurzaam is als ZOAB. Beschadigt het niet sneller? Gaat het niet rafelen? Als het product voldoet aan deze en andere eisen past Rijkswaterstaat de nieuwe productiemethode zo snel mogelijk toe.”
