Database helpt aannemers en Rijkswaterstaat

Binnenkort presenteert Rijkswaterstaat het project materialendatabase. Hierin komt informatie over de eigenschappen van de materialen in het hoofdwegennet. Door vanuit de database relaties te leggen met andere bestanden is beter in te schatten hoe bepaalde materialen in de praktijk presteren. En welke werkzaamheden de komende jaren op Rijkswaterstaat afkomen.

Zuid-Holland, 2004. De stroefheid van een aantal wegvakken is onvoldoende, waardoor het risico op ongevallen zoals botsingen en slippartijen groeit. Voor Rijkswaterstaat een reden om zich af te vragen wat er in het asfalt zit. En welke factoren de kwaliteit ervan aantasten.

Dezelfde vraag rijst na plotselinge schade aan de A32 tussen Leeuwarden en Meppel in 2008. Het euvel is het gevolg van een hoogovenslakfundering, een wegfundering bestaande uit het restmateriaal na staalfabricatie, die plotseling kan uitzetten of vergruizen. Hoe is dit mogelijk? En hoe kunnen we hierop inspelen? De materialendatabase beantwoordt deze en andere vragen.

Risico’s signaleren

“Een totaaloverzicht van wat er in onze wegen zit ontbrak. En deze informatie uit archieven halen, is een enorm karwei. We stellen allerlei eisen aan de materialen in ons wegdek. Zoals aan de stroefheid, stijfheid, vermoeiing en spoorvormingsgevoeligheid. Met een materialendatabase kunnen we met één druk op de knop zien uit welk materiaal een wegvak bestaat”, licht projectleider Paul Kuijper toe.

“Potentiële risicovakken zijn zo sneller in kaart te brengen. En we kunnen kijken of het asfalt in de praktijk echt zo lang meegaat als we denken. De factoren die de levensduur van het materiaal beïnvloeden komen in beeld. Daarnaast kan Rijkswaterstaat toekomstige werkzaamheden beter inschatten.”

Relaties leggen

In de materialendatabase staat informatie over verhardingen voor asfalt- en funderingslagen. Ook gegevens uit vooronderzoeken of bedrijfscontroleresultaten van de aannemer worden in het integrale systeem opgenomen. Evenals gegevens over proefvakken, die speciale mengsels hebben en dus kostbare informatie opleveren.

Kuijper: “Rijkswaterstaat laat jaarlijks onder meer de langs- en dwarsvlakheid, stroefheid en rafeling meten. Met die gegevens in de database kunnen we een brug slaan tussen het materiaal op de weg en het praktijkgedrag. Neemt de stroefheid van het materiaal snel af door de polijstende invloed van het verkeer? Dan moet Rijkswaterstaat voorzorgsmaatregelen nemen, zoals het wegvak opruwen, snelheidsbeperkingen invoeren of het asfalt vervangen.”

Vraag van aannemers

Niet alleen binnen Rijkswaterstaat is er behoefte aan een materialendatabase. Ook aannemers vragen om gegevens over de stroefheid en spoorvorming op de wegvakken die zij hebben aangelegd. Daarom zal de database ook voor hen toegankelijk zijn, zodat inzichtelijk is hoe hun asfaltmengsel presteert en waar ze zaken mogelijk kunnen verbeteren.

Voor het zo ver is moet de Voorbereidingsgroep Informatievoorziening, waarin een aantal hoofden ingenieur-directeur van verschillende diensten zitting hebben, het project goedkeuren. Binnenkort krijgt de groep de business case voorgelegd. Kuijper: “Ik reken op een positieve beslissing en ga er vanuit dat het project medio 2010 van start gaat.”

Meer info? Mail Paul Kuijper.