IJs op de vaarweg
De scheepvaart kan veel hinder ondervinden van ijs. Vaarroutes kunnen dichtvriezen, waardoor het scheepvaartverkeer langere tijd stil kan liggen.
In de strenge winter van 1963 lag bijna het gehele scheepvaartverkeer in Nederland stil. Sommige vaarwegen konden nog opengehouden worden met ijsbrekers, maar bijvoorbeeld het IJsselmeer was volledig dichtgevroren.
Tijdens een langere periode van strenge vorst waarin veel ijs ontstaat, neemt Rijkswaterstaat maatregelen om te zorgen dat het scheepvaartverkeer zo goed mogelijk kan doorvaren en dat sluizen en stuwen in bedrijf kunnen blijven. Zulke extreme winters zijn een uitzondering in ons land, hoewel de ijsbrekers afgelopen twee winters ook veelvuldig zijn ingezet en stuwen en sluizen ijsvrij gehouden moesten worden.
Voor sommige vaarwegen (in Fryslân bijvoorbeeld) is afgesproken dat er bij geringe al vorst niet meer gevaren wordt. Dan krijgt het water de kans een gladde ijsvloer te vormen waarop geschaatst kan worden.
De actuele ijssituatie vindt u 's winters op Infocentrum Binnenwateren
, daar worden dagelijks ijskaarten gepubliceerd.
Economisch belang
Vaarwegen waar veel beroepsvaart is, worden vanwege het economische belang zo lang mogelijk open gehouden. In die gevallen zet Rijkswaterstaat stuwen open, zodra de watertemperatuur onder de 0,5 °C komt. Dit gebeurt om het vastvriezen van de stuw (of kruiend ijs bij invallende dooi) te voorkomen. Het water zal dan vrij weglopen, waardoor de waterstand ter plekke snel kan dalen. Dit kan overlast geven voor schepen, die dan dieper vaarwater moeten opzoeken.
