Hoogwater
Vooral in de herfst en winter krijgt Nederland te maken met flinke stormen en hoogwater. Rijkswaterstaat is daarom in het winterseizoen extra alert en werkt daarnaast met verschillende partijen samen om het gevaar van hoogwater te bestrijden.
Winterdijken
In de winter komt het regelmatig voor dat bij hoogwater de uiterwaarden (en weerden) overstromen. Door de grotere toevoer van water in de winter treedt de rivier vaak buiten zijn bedding. Gelukkig zijn de winterdijken en kades op deze hoge waterstanden (winterbed) berekend.
Om te voorkomen dat er tijdens een flinke storm met zware golfslag de betonblokken los slaan, werkt Rijkswaterstaat steeds aan dijkversterkingen. Door regelmatig en systematisch te controleren wordt de kans op dijkdoorbraak zo klein mogelijk gehouden. Rijkswaterstaat werkt hierin samen met het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI).
KNMI
Het KNMI maakt dagelijks een verwachting voor het getij (eb en vloed). Zij informeren de Stormvloedwaarschuwingsdienst (SVSD) al wanneer het peil nog onder de 40 tot 50 centimeter beneden het 'waarschuwingspeil' ligt.
Het KNMI
informeert de SVSD en uur of tien voordat die waterstand zal optreden. De SVSD besluit dan op grond van de verkregen informatie om wel of niet een stormwaarschuwing af te geven aan de dijkbeheerder.
Als de SVSD waarschuwingen voor hoogwater heeft uitgegeven, wordt dit ook bekend gemaakt in het nieuws op radio en televisie. De SVSD treft passende maatregelen om een dijkdoorbraak te voorkomen. Zo werd op 8 en 9 november 2007 de Maeslantkering, voor het eerst in haar bestaan, gesloten vanwege het hoge water. Het was de eerste keer sinds de watersnoodramp van 1953 dat het zeewater weer zo hoog stond.
Hoogwater in de rivieren
Als de waterstanden boven een bepaald punt komen kan het scheepvaartverkeer worden stilgelegd. De sterke stroming maakt doorvaren dan te gevaarlijk, en de golfslag van de schepen zou schade kunnen toebrengen aan de dijken of gebouwen die in het water staan.
Sommige schepen kunnen dan ook niet meer onder de bruggen door. Op de (Duitse) Rijn gelden de waarschuwingen 'Marke 1' en 'Marke 2'. Marke 2 betekent dat er niet meer gevaren mag worden.
Vaak is het de Maas die ’s winters buiten zijn oevers treedt. Maastricht is dan de eerste regio waar de scheepvaart problemen ondervindt, daarna de omgeving van Roermond, en zo verder stroomafwaarts. Het kan soms vier tot vijf dagen duren per regio, voor het water voldoende gezakt is en er weer scheepvaart mogelijk is.
