Veelgestelde vragen over winter op de weg

Hieronder staan de meest gestelde vragen over de gevolgen van het winterweer voor de weggebruikers.

  • 1. Wat kun je als weggebruiker doen? Wat adviseert Rijkswaterstaat?

    Pas je rijstijl aan de omstandigheden aan: voorzichtig rijden, niet onnodig van rijstrook wisselen en voldoende afstand houden. En mocht u een zoutstrooier tegenkomen: blijf op ruime afstand rijden en haal niet in.

    Rijkswaterstaat informeert de weggebruikers via borden boven de weg en via het gratis Landelijke Informatienummer 0800-8002.

    Daarnaast adviseert Rijkswaterstaat iedereen zich te informeren over de actuele weer- en verkeerssituatie en het reisgedrag daarop aan te passen. Dit kan via vanAnaarBeterExterne Link, de website van het KNMIExterne Link en de actuele verkeersinformatie.

    naar boven
  • 1. Er zijn heel veel gaten in het wegdek door de vorst, kan Rijkswaterstaat daar wat aan doen?

    Dergelijke schade komt veel voor in of na de winterperiode en wordt veroorzaakt door invloeden van vorst, dooi en zout. Op naden in het asfalt (meestal langs de kantstreep) kan een klein gat, doordat er zwaar beladen vrachtwagens over rijden, binnen korte tijd een groot gat worden.

    Rijkswaterstaat houdt de situatie op de weg scherp in het oog, onder andere met de weginspecteurs die dagelijks rondrijden.

    Zodra de gaten een gevaar voor de verkeersveiligheid opleveren, worden ze gevuld met zogenaamd koud asfalt. Dit is echter een zeer tijdelijke oplossing. Wij repareren de gaten daarom zo snel mogelijk met tijdelijk warm asfalt wanneer de weersomstandigheden dat toelaten. Het warme asfalt hecht namelijk niet op de onderlaag bij een temperatuur die lager is dan vijf graden Celsius.

    Na de winter wordt de schade aan de wegen definitief hersteld.

    naar boven
  • 3. Wat voor methode gebruikt Rijkswaterstaat bij het strooien?

    Rijkswaterstaat strooit preventief met nat zout: voordat we verwachten dat het glad gaat worden, wordt er gestrooid.Het beleid is erop gericht om het ontstaan van gladheid bij winterse omstandigheden zo veel mogelijk te voorkomen.

    Soms strooien we na een preventieve actie ook nog curatief, dus als het al glad is.Bij veel sneeuw of ijzel is alleen een strooiactie vooraf (preventief) niet voldoende. Afhankelijk van de situatie moet er vaker gestrooid worden, of bij hevige sneeuwval in korte tijd met sneeuwschuivers gewerkt worden.Het overgrote deel van de strooiacties is echter preventief.

    naar boven
  • 4. Waarom wordt er 'nat' gestrooid?

    Omdat we preventief (dus vóór de gladheid) strooien. Door het zout vlak voordat het op de weg  wordt gestrooid, nat te maken met een zoutoplossing blijft het zout beter op de weg liggen. Hierdoor verwaait het ook veel minder, kan nauwkeuriger worden gestrooid, en is de maximale strooisnelheid veel hoger (70 km/u i.p.v. 40 km/u bij droog zout). Door nat te strooien besparen we op de kosten en wordt het milieu minder belast.

    naar boven
  • 5. Zijn er alternatieven?

    Er zijn een aantal alternatieven, maar die zijn duurder, en niet per definitie minder milieubelastend. Andere materialen zijn sterk vervuilend èn duur.
    Concreet gaat het om:

  • CaCl2 (een type zout): CaCl2 heeft echter als nadeel dat het vriespunt verlagend effect kleiner is dan bij strooizout. Kaliumchloride: dit is een meststof, beperkt voorradig (2000 ton maar op dit moment!) milieubelastend en onduidelijk is nog of het technisch toepasbaar is in de huidige strooiwagens.
  • Zand/grint: Dit heeft geen voorkeur. 90 % van de Nederlandse snelwegen is voorzien van ZOAB. Voor dit type wegdek is zand af te raden als strooimiddel omdat dit in de holtes van het ZOAB gaat zitten, waardoor de eigenschappen (geluidreductie en drainage) verloren gaan.

  • Eureum: dit is inmiddels verboden vanwege de hoge milieubelasting

  • Sproeien met pekel: bij sproeien gaat het om een vloeibaar zoutmengsel. Rijkswaterstaat  strooit ‘nat’ met een mengsel van droog zout waar zout water aan toegevoegd is. Voordelen hiervan boven sproeien met vloeibare oplossing zijn o.a. de prijs (de vloeibare oplossing is duurder) en de ruimte die opslag van tanks van zoutwateroplossing in beslag nemen. Die nemen meer ruimte in dan de huidige zoutopslag in loodsen.

  • naar boven
  • 6. Wat is het nationale zoutloket precies en wat doet het?

    Rijkswaterstaat werkt samen met provincies en gemeenten in een nationaal zoutloket. Dit loket coördineert de vraag en het aanbod van zout in Nederland, zodat dit optimaal wordt ingezet. Het doel is de schaarse voorraden zout waar nodig zo te (ver)delen dat mobiliteit in het hele land mogelijk blijft. Rijkswaterstaat coördineert het loket.Het nationale zoutloket bij Rijkswaterstaat wordt ondersteund door negen regionale zoutloketten bij de regionale diensten van Rijkswaterstaat.


     

    naar boven
  • 7. Welke maatregelen neemt Rijkswaterstaat?

    Rijkswaterstaat werkt samen met provincies en gemeenten, in een nationaal zoutloket. Dit loket coördineert de vraag en het aanbod van zout in Nederland, zodat dit optimaal wordt ingezet.Daarnaast werkt Rijkswaterstaat aan het verkrijgen van meer strooizout en alternatieve strooimiddelen.

    naar boven
  • 8. Waarom wordt er geen gebruik gemaakt van het zoute zeewater?

    De zoutconcentratie in het zeewater is te laag, waardoor het alsnog bevriest als het in aanraking komt met de weg. Bovendien is het huidige materieel daar niet geschikt voor: we hebben geen sproeiwagens, maar alleen strooiwagens voor droog zout aangelengd met zout water.

    naar boven