Steeds vaker Publiek-Private Samenwerking bij projecten aan weg en spoor
28-10-2008
Op 19 juni 2008 heeft de commissie Ruding haar advies 'Op de goede weg en het juiste spoor' gepresenteerd. De commissie pleit hierin voor actievere samenwerking tussen overheid en markt bij projecten voor weg en spoor. Ook pleit de commissie ervoor om marktpartijen vaker projecten te laten financieren. Deze adviezen passen in de lijn van het kabinet. Het kabinet neemt dan ook de meeste aanbevelingen van de commissie Ruding over, zo werd vrijdag 24 oktober bekend.
Bij Publiek-Private Samenwerking (PPS) bepaalt de overheid de randvoorwaarden. De overheid bemoeit zich niet met de inhoud, maar stuurt volledig op het gewenste einddoel. Zo hebben marktpartijen veel vrijheid om naar eigen inzicht een project vorm te geven, en maakt de overheid maximaal gebruik van de denkkracht van de markt.
PPS al vanaf 60 miljoen euro
Bij projecten vanaf een bepaald bedrag kijkt Rijkswaterstaat of het slim is om naast ontwerp en aanleg ook financiering en onderhoud in één PPS-contract uit te besteden. Dit bedrag stond op 112,5 miljoen euro, en gaat nu omlaag naar 60 miljoen euro.
Deze gecombineerde contracten hebben vaak een looptijd van 20 jaar of meer. Ze zijn gunstig voor zowel Rijkswaterstaat als de marktpartij: marktpartijen zijn zo voor lange tijd verzekerd van inkomsten en Rijkswaterstaat kan efficiënter werken doordat alles bij één partij is ondergebracht.
Lagere kosten aanbestedingstraject
Een aanbestedingstraject van zo’n PPS-project duurt vaak lang en is intensief voor aannemer en Rijkswaterstaat. De kosten van zo’n traject (ook wel transactiekosten genoemd) moeten omlaag, zo wil de commissie Ruding.
Rijkswaterstaat werkt hieraan door onder meer in overleg met marktpartijen standaardcontracten op te stellen. Zo hoeft er niet bij iedere opdracht over alles onderhandeld te worden. Ook wordt onderzocht of het mogelijk is minder (gedetailleerde) informatie te vragen aan alle biedende partijen. Dit bespaart tijd en dus geld.
Duidelijkheid besluitvorming
Hoe wordt besloten of een project wel of niet Publiek-Privaat moet worden uitgevoerd? Hierover komt meer duidelijkheid, zo belooft het kabinet. Rijkswaterstaat onderzoekt voortaan dus voor projecten boven de 60 miljoen of het meerwaarde heeft om een project Publiek-Privaat uit te laten voeren. Rijkswaterstaat zal ook de uitkomsten van de onderzoeken bekend maken en duidelijk uitleggen waarom uiteindelijk een bepaalde beslissing is genomen.
Uitbouw deskundigheid
Het kabinet geeft Rijkswaterstaat en Prorail de opdracht om de kennis en expertise die nodig is om PPS-projecten te managen snel verder uit te bouwen. Er is een Rijksacademie voor projectmanagement in oprichting, die hiervoor wordt ingezet. Deze krijgt als een van de eerste opdrachten het opleiden van medewerkers voor de andere manier van werken die Publiek-Private Samenwerking met zich meebrengt.
Fonds
Verder onderzoekt het kabinet samen met institutionele beleggers en medeoverheden de mogelijkheden voor een (regionaal) fonds voor Publiek-Private Samenwerking. Dit fonds moet het proces efficiënter maken.
Water. Wegen. Werken. Rijkswaterstaat.
